Subdossier: Partnerschappen

Partnerschappen combineren Europese financiering van onderzoek met geld uit andere bronnen. Met behulp van partnerschappen wil de EU Europese en nationale onderzoeksprogramma’s beter op elkaar afstemmen om zo fragmentatie en overlapping te voorkomen. Horizon Europe kent een vijftigtal partnerschappen waarin de Commissie samenwerkt met lidstaten en de private sector.


Laatste ontwikkelingen 3 maanden

De expertgroep rond monitoring  evaluatie van partnerschappen deelde haar eerste bevindingen. De experts concluderen onder meer dat publieke én private partners de budgetten meer dan verdubbelen. Partnerschappen krijgen de komende jaren 55,2 miljard euro te besteden, waarvan 23,8 miljard van de Commissie, 9 miljard van publieke partners en 22,4 miljard van de private sector. Nederland bleek in Horizon 2020 een erg actieve deelnemer.

De geïnstitutionaliseerde partnerschappen beginnen hun activiteiten. Deze partnerschappen publiceren één voor één hun onderzoeks- & innovatieagenda’s voor de komende jaren en stellen de wetenschappelijk adviesgroepen samen die hen de komende jaren zullen bijstaan. Naar verwachting lanceren deze partnerschappen voor de zomer de eerste calls.

Laatst geüpdatet: 23 mei 2022

Waarom partnerschappen

In een partnerschap combineert de Commissie haar eigen financiële middelen met onderzoeksfinanciering uit andere bronnen. De partnerschappen hebben twee doelen. Allereerst wil men fragmentatie en overlapping voorkomen, waarbij de EU en nationale overheden vergelijkbare projecten financieren. Ook moeten publieke onderzoeksprogramma’s aansluiten op onderzoeksprioriteiten in de private sector. Coördinatie met steun van de Commissie moet een betere afstemming mogelijk maken. Bovendien stimuleren de partnerschappen investeringen in onderzoek, voornamelijk in de private sector. De eerste Europese partnerschappen moeten dan ook gezien worden in het licht van de Europese Onderzoeksruimte, die als doel had nationale onderzoekssystemen op elkaar af te stemmen.

Versimpeling in Horizon Europe

Eén van de grote veranderingen in de overgang van Horizon 2020 naar Horizon Europe is een versimpeling van het partnerschappenlandschap. Sinds de introductie van de eerste partnerschappen in het zesde Kaderprogramma (2002-2005) groeide het aantal rap. In Horizon 2020 mondde dit zelfs uit in meer dan 100 partnerschappen op evenveel thema’s, met acht verschillende vormen en steeds andere regels. Een ‘rationalisering van het financieringslandschap’ is daarom noodzakelijk, aldus de Commissie in de interim evaluatie van Horizon 2020.

Drie vormen in Horizon Europe

Horizon Europe brengt de partnerschappen terug tot drie verschillende vormen:

  1. Medegeprogrammeerde partnerschappen (co-programmed). De Commissie en haar partners bepalen gezamenlijk de programmering van het partnerschap en leggen dit vast in een contract of ‘memorandum van overeenstemming’. Vervolgens voeren de partners de programmering onafhankelijk uit. Zowel de lidstaten als consortia uit de private sector kunnen als partner deelnemen, hoewel het in de praktijk vooral de private sector betreft. Het idee van de contracten is dat Europese financiering goed aansluit op het werk dat de partners zelf verzetten om zo dubbel werk te voorkomen. Deze vorm bouwt voort op de contractual public-private partnerships in Horizon 2020.
  2. Medegefinancierde partnerschappen (co-funded). De Commissie en haar partners bepalen gezamenlijk de programmering van het partnerschap en committeren daarbij ook een financiële bijdrage of bijdragen in natura. Vervolgens voeren de partners de programmering gezamenlijk uit. De partners zijn doorgaans nationale overheden of onderzoeksfinanciers zoals NWO en ZonMw. Een gezamenlijke actie kan bijvoorbeeld een call zijn, waarbij partners de deelname van onderzoekers uit hun eigen land bekostigen. Deze vorm bouwt voort op de European Joint Programme Cofunds en ERA-NET Cofunds in Horizon 2020.
  3. Geïnstitutionaliseerde partnerschappen (institutionalised). Deze vorm van samenwerking gaat het verst. De partners leggen niet alleen geld in, maar tuigen ook een uitgebreid secretariaat op dat het werk in goede banen leidt. De Commissie en haar partners kunnen alleen voor deze vorm kiezen als er behoefte is aan sterke integratie en een langetermijnvisie. De vorm en uitvoeringsstructuur wordt per partnerschap vastgelegd in een aparte Verordening op basis van de artikelen 185/187 in het Verdrag van de Werking van de Europese Unie. Zowel nationale overheden als consortia uit de private sector kunnen deelnemen aan het programma, afhankelijk van de gekozen juridische basis. Ook de Knowledge & Innovation Communities (KIC) van het European Institute of Innovation and Technology (EIT) behoren hiertoe.

Horizon Europe financiert op dit moment 49 partnerschappen rond allerlei thema’s. Het meeste geld komt uit pijler 2 van het programma, gericht op maatschappelijke uitdagingen. De EIT KIC’s hebben hun eigen post op de begroting. De European Open Science Cloud wordt gefinancierd uit pijler 1.

Strategisch coördinatieproces & monitoring

Naast de versimpeling introduceert de Commissie ook een nieuwe manier van samenwerken in Horizon Europe. Binnen een ‘strategisch coördinatieproces’ overleggen de Commissie en de lidstaten regelmatig over de uitvoering, monitoring en evaluatie van partnerschappen. Zo bereidt een expertgroep criteria voor waarmee het werk van alle partnerschappen geëvalueerd kan worden. Het eerste advies wees onder meer op de balans tussen Europese en nationale financiering als maatstaf voor het draagvlak onder lidstaten. Het eerste monitoringrapport concludeerde dat veel partnerschappen bijdragen aan de SDG’s.

Ruimte voor nieuwe partnerschappen

Horizon Europe biedt ruimte voor nieuwe partnerschappen, naast de 49 partnerschappen die al op stapel staan. Het Kaderprogramma werkt namelijk met twee strategische plannen, waarvan de eerste in 2024 vastloopt. De verwachting is dat het tweede strategische plan enkele nieuwe partnerschappen zal voorstellen, met name rond thema’s die nog niet aan bod komen.

Partnerschappen in Horizon 2020

Horizon 2020 financierde meer dan 100 verschillende partnerschappen op evenveel thema’s. Daarbij maakte het programma gebruik van zes verschillende vormen van samenwerking met de publieke en private sector. Hoewel Horizon 2020 in 2020 afloopt, lopen veel van de partnerschappen langer door. Zo is pas in 2020 een partnerschap over bodemgezondheid van start gegaan (European Joint Programme on Soil), dat tot december 2024 door zal lopen.

De zes partnerschapsvormen in Horizon 2020 zijn:

  1. ERA-NET Cofunds zorgen voor afstemming van nationale onderzoeksagenda’s door nationale financiers samen te brengen.
  2. Joint Programming Initiatives (JPI) brengen lidstaten en geassocieerde staten samen om een gezamenlijke onderzoeksagenda uit te stippelen.
  3. European Joint Programme (EJP) Cofunds ondersteunen niet alleen de afstemming van onderzoeksagenda’s maar ook samenwerking op het gebied van capaciteitsopbouw, netwerken en demonstratie- en disseminatieactiviteiten.
  4. Art. 185 initiatives zijn specifieke, langetermijnsamenwerkingen tussen lidstaten, met financiële steun van de EU en een eigen ondersteunings- en uitvoeringsorganisatie.
  5. In Contractual Public-Private Partnerships (cPPP) schrijft een consortium van private partijen een onderzoeksagenda voor zeven jaar. De Commissie gebruikt de agenda’s om calls te formuleren in werkprogramma’s van Horizon 2020. Deze calls zijn niet exclusief voor de partners in het cPPP, maar staan open voor iedereen.
  6. Joint Undertakings (JU) / Joint Technology Initiatives (JTI), ook wel artikel 187 initiatieven genoemd, zijn specifieke, langetermijnsamenwerkingen tussen de EU en een consortium van private partijen. Een speciale uitvoeringsorganisatie schrijft een onderzoeksagenda, die financieel ondersteund wordt door de Commissie en het consortium.

Andere Horizon 2020-instrumenten die verschillende vormen van steun aan onderzoek combineren zijn het EIT, European Cooperation in Science and Technology (COST), FET Flagships, EUREKA European Innovation Partnerships (EIP’s) en European Technology Platforms (ETP’s).

lees meer