Subdossier: Onderzoeksinfrastructuren

Onderzoeksinfrastructuren zijn faciliteiten, middelen en hieraan verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap vrij gebruikt kunnen worden om hoogstaand onderzoek te verrichten. Technologieinfrastructuren kennen een vergelijkbar aanbod gericht de ontwikkeling van producten, processen en diensten. Door hun vaak grote schaal en de daarmee gepaard gaande kosten, loont Europese samenwerking zeer.


Laatste ontwikkelingen 3 maanden

Tsjechië maakte van onderzoeksinfrastructuren één van de prioriteiten van hun voorzitterschap in het najaar van 2022. Tijdens een conferentie op 18-21 oktober zullen ministers nieuwe afspraken maken over het mandaat van ESFRI. Ook wordt er werk gemaakt van een evaluatie van het ERIC-statuut.

De Commissie lanceerde een consultatie over de European Open Science Cloud. Marktpartijen, waaronder de onderzoeksgemeenschap, worden uitgenodigd hun mening te geven over de aanbestedingsprocedures, technische uitdagingen en mogelijke oplossingen.

Laatst geüpdatet: 30 augustus 2022

Onderzoeksinfrastructuren

Onderzoeksinfrastructuren zijn faciliteiten, middelen en hieraan verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap vrij gebruikt kunnen worden om hoogstaand onderzoek te verrichten. Ze zijn niet gebonden aan specifieke wetenschappelijke disciplines en kunnen dus variëren van sociale en geesteswetenschappen tot astronomie of nanotechnologie. Voorbeelden van dergelijke infrastructuren zijn grootschalige onderzoeksinstallaties, verzamelingen, bibliotheken, databanken, cleanrooms, data-infrastructuur, onderzoeksschepen en telescopen. Onderzoeksinfrastructuren hoeven niet op één locatie gevestigd te zijn (single site), maar kunnen ook over de wereld verspreid zijn in de vorm van een netwerk van gedistribueerde installaties of bronnen, of zelfs virtueel.

Technologieinfrastructuren

Technologieinfrastructuren zijn als Europees aandachtsgebied relatief nieuw. Het gaat om faciliteiten en apparatuur gericht op de commerciële ontwikkeling van machines, processen en diensten. Voorbeelden zijn elektrolyseapparaten of 3D-printers. In de zomer van 2022 zal de Commissie een strategie rond technologieinfrastructuren presenteren.

Europese steun in raad …

Een groot deel van de Europese steun aan onderzoeksinfrastructuren is gericht op het faciliteren van samenwerking tussen lidstaten. Door hun schaal en de hoge kosten kunnen overheden onderzoeksinfrastructuren vaak niet zelf bekostigen. Bovendien loont het als onderzoekers overal in de wereld terechtkunnen bij de benodigde faciliteiten. Europese samenwerking gebeurt op een aantal manieren:

  • Het Europees strategisch forum voor onderzoeksinfrastructuur (ESFRI) ontwikkelt een strategische routekaart met de investeringsprioriteiten voor de Europese onderzoeksinfrastructuren voor de komende tien tot twintig jaar. In het forum zetelen vertegenwoordigers van de lidstaten. De routekaart krijgt om de paar jaar een update. De routekaart onderscheidt tussen ‘ESFRI Projects’ en ‘ESFRI Landmarks’. In de ESFRI-terminologie zijn projects in ontwikkeling, terwijl landmarks volledig operationeel zijn. De laatste update dateert van december 2021 en stelt dat de digitale en groene transities een nieuw type onderzoeksinfrastructuren noodzakelijk maakt.
  • Het Consortium voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERIC) is een specifieke rechtsvorm die de oprichting en exploitatie van onderzoeksinfrastructuren vergemakkelijkt. De ERIC Verordening bepaalt aan welke eisen een onderzoeksinfrastructuur moet voldoen voordat het de ERIC status krijgt.
  • Het EIROforum is een samenwerkingsovereenkomst voor de bundeling van middelen, faciliteiten en expertise van aangesloten organisaties ter ondersteuning van de Europese wetenschap. Het gaat bijvoorbeeld om organisaties die infrastructuren beheren en het Europees ruimteagentschap.

… en in daad

De Commissie draagt ook financieel aan de onderzoeksinfrastructuren bij, naast het geld dat nationale overheden op tafel leggen. Zo krijgen de infrastructuren die ESFRI identificeert een bijdrage uit Horizon Europe. Concreet trekt Horizon Europe 2,4 miljard euro uit voor onderzoeksinfrastructuren net als Horizon 2020. Daarmee zijn onderzoeksinfrastructuren een van de weinige onderdelen van het kaderprogramma die erop achteruitgaan, gezien de inflatie sinds de start van Horizon 2020 in 2014. Lidstaten kunnen aan onderzoeksinfrastructuren bijdragen uit hun eigen middelen of uit het geld dat zij ontvangen uit de Europese structuurfondsen.

Internationale samenwerking

Wat binnen de EU geldt, geldt ook daarbuiten: vele handen maken licht werk. Daarom ondersteunt de EU samenwerking op het vlak van onderzoeksinfrastructuren met niet EU-landen. Een voorbeeld is het netwerk van acht telescopen overal ter wereld dat de eerste foto van een zwart gat maakte (Event Horizon Telescope). Daarnaast overlegt de EU regelmatig met andere landen:

  • De Group of Senior Officials on Global Research Infrastructures (GSO) brengt de bestaande situatie van de wereldwijde onderzoeksinfrastructuren in kaart en verkent nieuwe samenwerkingsmogelijkheden. Aan de groep nemen ambtenaren uit veertien landen plus de EU plaats. Nederland zit daar niet bij.
  • Binnen de OESO richten een aantal werkgroepen binnen het Global Science Forum zich op onderzoeksinfrastructuren.

European Open Science Cloud

De European Open Science Cloud (EOSC) is een bijzonder type onderzoeksinfrastructuur. EOSC is een clouddatabase voor onderzoek in Europa en heeft de ambitie om onderzoekers, bedrijven en burgers een veilige omgeving te bieden waarin zij onderzoeksgegevens en -diensten kunnen opslaan, vinden, delen en hergebruiken. EOSC is een partnerschap onder Horizon Europe en één van de prioriteiten van de Europese Onderzoeksruimte. Ook wordt EOSC gerekend tot een van de sectorale dataruimtes in de Europese dataeconomie (data space).

lees meer