Sinds 2002 legt ieder Kaderprogramma steeds net iets meer nadruk op maatschappelijke verandering. Toch is Horizon Europe nog niet het toonbeeld van transformatief vermogen, concludeert de Commissie. Die analyse is veelzeggend, aangezien de Commissie momenteel nadenkt over de vormgeving van het volgende Kaderprogramma.


Commissie: Horizon Europe kan wereld veranderen (maar doet dat nog niet)

Onderzoek voor verandering

Onderzoeksactiviteiten kunnen maatschappelijke verandering teweegbrengen, dat staat buiten kijf. Maar of Europese onderzoeksfinanciering verandering daadwerkelijk stimuleert, hangt af van de vormgeving en eisen van het Kaderprogramma (KP). Horizon Europe, het huidige negende Kaderprogramma voor onderzoek & innovatie, doet dit al een stuk beter dan haar voorgangers, maar heeft haar volledige transformatief potentieel nog niet bereikt. Dat concludeert de Commissie in een analyse van ‘The transformative nature of the European framework programme for research and innovation’. Met transformatief innovatiebeleid bedoelt de Commissie een strategische aanpak die onderzoeks- & innovatieactiviteiten bevordert en fundamentele veranderingen van sociale, economische en ecologische systemen bewerkstelligt.

Vier pijlers van transformatief innovatiebeleid

Om verandering te bewerkstelligen moet transformatief innovatiebeleid aandacht hebben voor vier elementen, beargumenteert de Commissie:

  1. Directionality duidt op sturing van onderzoeksactiviteiten, bijvoorbeeld rond grote maatschappelijke uitdagingen.
  2. Demand articulation verwijst naar de behoeftes van de maatschappij, die gearticuleerd kunnen worden via consultaties, de Eurobarometer of de Conferentie over de toekomst van Europa. Ook afstemming met het bedrijfsleven in partnerschappen of burgerwetenschap valt hieronder.
  3. Whole of government approach, oftewel onderzoeksactiviteiten afstemmen op ander beleid, zoals medisch onderzoek, preventiebeleid en belasting op alcohol en tabak in de strijd tegen kanker. Hiervan zijn de missies een voorbeeld.
  4. Reflexivity gaat om het tussentijds leren en aanpassen van het programma, bijvoorbeeld via de interimevaluatie, maar ook om het aanpassen van EU-wetgeving als nieuwe innovaties daarom vragen.

Steeds meer transformatie

Sinds 2002 geven de Kaderprogramma’s steeds meer aandacht aan impact in de vorm van maatschappelijke, economische of ecologische transformatie. Het zesde Kaderprogramma streefde toen voor het eerst expliciet naar maatschappelijke verandering, aldus de analyse. Leidend hiervoor waren de VN-millenniumdoelstellingen en de doelen van de Europese Lissabonstrategie. Vervolgens voegden KP7, Horizon 2020/KP8 en Horizon Europe/KP9 ieder nieuwe transformatieve elementen toe, zoals publiek-private samenwerkingen in de vorm van partnerschappen (demand articulation) of missies (directionality en whole of government approach).

Transformatie nog niet op orde

Ondanks de historische vorderingen kan het Kaderprogramma nog een stuk meer transformatie bewerkstelligen, concludeert de Commissie. Zo doet een systeemaanpak meer recht aan de impact van onderzoek, aangezien nieuwe kennis vaak op allerlei verschillende manieren neerdaalt in de samenleving. De wisselwerking tussen onderzoek en beleid moet een stuk beter, omdat bestaande regels innovatie soms in de weg staan, maar ook zodat beleidsmakers met nieuwe wetgeving kunnen experimenteren in een besloten omgeving. Nauwere betrokkenheid van veldpartijen én de burger komt de impact en relevantie van O&I ten goede. Op deze manier kan het tiende Kaderprogramma bijdragen aan de transformatie van maatschappij en economie met excellentie als leidend principe, besluit het rapport.

Context

De analyse is uitgevoerd door DG Research & Innovation (RTD) van de Commissie, en biedt een zeldzaam inkijkje in de beleidsdiscussies binnen het onderzoeksdepartement. Na een consultatie afgelopen winter werkt de Commissie nu aan evaluaties van Horizon 2020 en Horizon Europe, die respectievelijk dit jaar en volgend jaar worden afgerond. Nieuwe elementen in Horizon Europe streven nadrukkelijk naar meer impact van O&I bovenop het opdoen van nieuwe kennis, zoals de missies of de European Innovation Council. Toch suggereert deze analyse dat het naar smaak van de Commissie nog wel wat meer kan. De nadruk op directe maatschappelijke, economische, ecologische—en daarmee politieke—relevantie verhoogt echter ook het risico op tussentijdse bemoeienis, zoals Neth-ER concludeerde in haar position paper ‘Looking at the Horizon and Beyond’.