Er is een voorlopig politiek akkoord bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad over de Verordening gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027, waarin de regels voor het beheer van structuurfondsen voor de komende zeven jaar worden vastgelegd. De overeenkomst zou moeten zorgen voor versimpeling en meer flexibiliteit en efficiëntie. Daarnaast is er een clausule opgenomen om flexibel te kunnen schuiven tussen fondsen en thematische prioriteiten indien er de komende zeven jaar zich een nieuwe crisis zou aandienen. Ook hebben het Parlement en de Raad een akkoord bereikt over de besteding van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds en het Just Transition Fund.


Politiek akkoord bereikt over spelregels voor structuurfondsen en besteding EFRO

Politiek akkoord bereikt voor 2021-2027

Het Europees Parlement en de Raad van de EU zijn tot een voorlopig politiek akkoord gekomen over de Verordening gemeenschappelijke bepalingen, die de spelregels van de structuurfondsen vastlegt voor de programmaperiode 2021–2027. Aangenomen wijzigingen in het akkoord zouden moeten zorgen voor versimpeling en meer flexibiliteit voor een efficiënte toewijzing van middelen. Het Parlement heeft zich hard gemaakt voor het verweven van vier overkoepelende principes waar lidstaten aan moeten voldoen voor zij financiering uit de fondsen kunnen verwachten. Het Handvest van de grondrechten van de EU moet worden nageleefd, gendergelijkheid en bestrijden van discriminatie moet in acht genomen worden, alsmede de naleving van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) en het klimaatakkoord van Parijs.

Structuurfondsen voor een slimmer en groener Europa

In de overeenkomst zijn de gestelde beleidsdoelen van de Verordening gecondenseerd binnen vijf prioriteiten. Zo stuurt de overeenkomst op een slimmer Europa met versterkt concurrentievermogen; overgang naar een groene, koolstofvrije economie; een meer verbonden Europa; een socialer en inclusiever Europa; en een Europa dichter bij de burger. In lijn met de EU-doelstelling dat 30% van de uitgaven aan de klimaatdoelstellingen van de Europese Green Deal moeten bijdragen, zullen ook investeringen uit de structuurfondsen hier gehoor aan moeten geven. Er wordt ook een nieuw monitoringsmechanisme gericht op de klimaatdoelen van de EU geïntroduceerd. Daarnaast is het cofinancieringspercentage voor meer ontwikkelde regio’s vastgesteld op 40%, regio’s die meer steun behoeven komen in aanmerking voor cofinanciering van de Commissie tot 85%. In Nederland geldt voor de transitieregio's Friesland, Drenthe en Flevoland een co-financieringspercentage van 60%. 

Lessen van de coronacrisis

Tijdens de coronacrisis bleek het van belang om zo snel mogelijk lidstaten bij te staan via de beschikbare instrumenten voor cohesiebeleid. In het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF+) zijn toen in rap tempo het Coronavirus Response Investment Initiative (CRII) en de top-up React-EU vanuit het herstelfonds NextGenerationEU opgetuigd. Naar aanleiding van deze ervaringen is in het voorlopig akkoord dan ook een nieuwe regeling opgenomen die het mogelijk maakt in uitzonderlijke omstandigheden flexibel te mogen schuiven binnen de fondsen.

Ook een akkoord voor EFRO en CF

Op 8 december is ook een politiek akkoord bereikt tussen de Raad en het Parlement over de besteding van twee van de structuurfondsen, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds (CF). Het EFRO, het grootste openbare fonds wat de EU ter beschikking heeft, en het CF zijn samen goed voor meer dan 240 miljard euro aan EU-investeringen in de periode 2021-2027. Er wordt een nieuw ‘Interregional Innovation Investments Instrument’ ondergebracht binnen het EFRO en ten minste 8% van de EFRO-investeringen op nationaal niveau is bestemd voor duurzame stadsontwikkeling. Terwijl het EFRO in alle regio's in Europa ingezet wordt, is het CF bedoeld voor lidstaten waarvan het BNI per hoofd van de bevolking minder dan 90% van het EU-gemiddelde bedraagt. 

Gekort op innovatie in EFRO

In de EFRO-Verordening zijn de percentages vastgesteld die moeten worden besteed aan innovatie en klimaat. Voor innovatie verschilt het per regio categorie. Ontwikkelde regio’s moeten maar liefst 85% aan innovatie besteden, voor transitieregio’s is dat 40% en voor onderontwikkelde regio’s 25%. Deze percentages zijn in lijn met het besluit van de regeringsleiders van afgelopen juli dat onderontwikkelde en transitieregio’s binnen het EFRO in 2021-2027 minder geld aan innovatie hoeven toe te wijzen in vergelijking met het eerdere voorstel van de Commissie en de vorige programmaperiode.  

JTF mag ook worden ingezet voor onderzoek, onderwijs en innovatie

Het Parlement en de Raad hebben inmiddels ook een akkoord bereikt over de Verordening met regels voor het Just Transition Fund (JTF), opgezet in het kader van de Europese Green Deal voor rechtvaardige transitie naar vergroening van de economie. De overeenkomst maakt bekend dat de inzet van het JTF is verbreed naar micro-ondernemingen, universiteiten, openbare onderzoeksinstellingen, digitale innovatie en onderwijs- en sociale inclusie activiteiten. De focus ligt hierbij op de minst ontwikkelde regio’s, en in Nederland mag Groningen het grootste deel van het fonds verwachten. Het fonds bedraagt 17,5 miljard euro, waarvan 7,5 uit het meerjarig financieel kader (MFK) en 10 miljard euro uit het EU-herstelinstrument. EU-lidstaten moeten zelf ook een steentje bijdragen, de co-financieringspercentages zijn hiervoor vastgesteld op 50% voor ontwikkelde regio’s, 70% voor transitieregio’s en 85% voor ontwikkelde regio’s.

Context

Het voorlopig akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad betreft de nieuwe Verordening gemeenschappelijke bepalingen. Deze verordening bepaalt de regels over acht EU fondsen die tussen 2021-2027 besteed kunnen worden, waaronder het EFRO, het ESF+, het CF en het JTF. De programma's die door deze fondsen worden gefinancierd hebben tot doel de economische en sociale ongelijkheden binnen Europa te verkleinen en zo de interne markt te versterken. In de periode van 2014-2020 werd hiervan 43,5 miljard euro besteed aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten, en werd nog eens 22,2 miljard aangetrokken vanuit de lidstaten. Inmiddels zijn ook de afzonderlijke akkoorden bereikt met specifieke regels over het EFRO, het CF, het JTF en Interreg. De onderhandelingen voor het ESF+ lopen nog. Dan zijn we er nog niet, de structuurfondsen vallen namelijk binnen het MFK en kunnen pas officieel worden vastgesteld als de EU-begroting voor 2021-2027 is aangenomen.