Automatische wederzijdse erkenning van diploma’s is vijf jaar na de Raadsaanbeveling nog lang geen feit. Dat zegt de Commissie in een voortgangsrapport over de implementatie van de Aanbeveling richting 2025. Zowel op het gebied van hoger, beroeps, -en secundair onderwijs is er meer inzet nodig. Al zijn er de afgelopen jaren wel stappen gezet richting automatische erkenning.


Meer inzet nodig om de automatische erkenning van diploma's in 2025 te realiseren

Meer inzet nodig richting 2025 voor automatische erkenning  

Er is meer inzet nodig om automatische erkenning van diploma's een realiteit te maken binnen de EU. Dat concludeert de Europese Commissie in een voortgangsrapport over de implementatie van de Raadsaanbeveling over automatische erkenning van diploma’s en leerperiodes in het buitenland in het hoger-, beroeps- en secundair onderwijs. Op het terrein van hoger onderwijs ziet de Commissie dat er stappen zijn gezet door lidstaten, maar dat slechts twaalf lidstaten nationale wetgeving voor automatische erkenning van diploma’s hebben. Ook maakt de Commissie zich zorgen over de onvolledige implementatie van de Bologna-instrumenten, wat het vertrouwen van lidstaten in elkaars systemen schaadt.

Decentrale erkenning leidt tot inconsistentie 

De Commissie ziet daarnaast dat de meeste landen erkenning decentraal bij de hogeronderwijsinstellingen organiseren. Slechts drie landen regelen erkenning centraal door een bevoegde instantie. Een decentraal systeem vergroot echter het risico van inconsistente toepassing van automatische erkenning. De enquête die de Commissie heeft uitgezet bij hoger onderwijsinstellingen toont die inconsistenties zelfs binnen instellingen aan. Het roept de vraag op of de erkenningsbeslissing beter door nationale autoriteiten kan worden genomen of door individuele hoger onderwijsinstellingen?

Ook positieve ontwikkelingen automatische erkenning 

Ondanks de oproep tot meer inzet concludeert de Commissie dat er wel iets is gebeurd. Zo hervormen drie lidstaten momenteel hun nationale wetgeving en hervormden vier lidstaten al eerder hun nationale wetgeving naar aanleiding van de Raadsaanbeveling. Ook namen sommige lidstaten stappen om diploma's van bepaalde landen te erkennen, zoals de Benelux en de Baltische staten deden middels een Verdrag. Een multilaterale overeenkomst tussen de Visegrad-landen is ook in voorbereiding.

Erkenning in middelbaar (beroeps)onderwijs weinig verbeterd 

Het voortgangsrapport gaat daarnaast in op automatische erkenning van diploma's in het middelbaar onderwijs en het mbo voor toegang tot het hoger onderwijs. In vijftien lidstaten, waaronder Nederland, is dit vrij goed ontwikkeld. Vaak is enkel een check van de kwalificatie op basis van eerdere erkenningsbeslissingen nodig. De Commissie concludeert wel dat er weinig is gebeurd op dit gebied sinds de Raadsaanbeveling en ziet dezelfde uitdagingen als in 2018.

Erkenning buitenlandperiodes gaat goed in hoger onderwijs

Tenslotte kijkt het voortgangsrapport ook naar de erkenning van leeruitkomsten behaald tijdens een leerperiode in het buitenland. In het hoger onderwijs laat de beschikbare data van het Erasmus+ programma een positief beeld zien: 84 procent van de ECTS behaald in het buitenland worden automatisch erkend. In het beroeps- en middelbaar onderwijs is het plaatje soberder met enkel acht lidstaten die leerperiodes automatisch erkennen. De meeste lidstaten erkennen leeruitkomsten decentraal via het matchen van curricula, hetgeen een langdurig proces is.

Context

Automatische wederzijdse erkenning van diploma's of leermobiliteitsperiodes is belangrijk voor studenten en volwassenen om ook in het buitenland leerervaringen op te kunnen doen. Daarom is het een belangrijke component van de Europese Onderwijsruimte. Eén van de initiatieven binnen de ruimte is de Raadsaanbeveling voor automatische erkenning. Hoewel erkenning van kwalificaties een lidstaatcompetentie is, hebben landen in Europa in het verleden wel afspraken gemaakt over onderlinge erkenning. Zo is er de Lissabon erkenningsconventie, een bindende overeenkomst die de deelnemende landen verplicht om erkenningsverzoeken op een eerlijke wijze en binnen redelijke tijd te behandelen. Automatische erkenning van kwalificaties gaat een stap verder en zou de procedures kunnen verkorten en kosten kunnen drukken. Daarvoor is wel vergaand vertrouwen nodig in elkaars kwaliteitszorg en onderwijsstructuur.