Dossier: Europese Onderwijsruimte

Hoewel de Europese lidstaten elk afzonderlijk bevoegd zijn voor hun eigen onderwijs-, jeugd en cultuurbeleid, werken ze op dit terrein steeds vaker samen. Om de onderlinge coördinatie te optimaliseren, stelt de Commissie in 2017 een gemeenschappelijke onderwijsagenda voor, die volgens haar het hart moet vormen van de tegen 2025 te realiseren Europese Onderwijsruimte / European Education Area (EEA).


Laatste Ontwikkelingen

De Raad heeft de Commissie en lidstaten aanbevolen om onderwijs breder in te zetten om meer bewustwording over de Sustainable Development Goals te creëren. Meer aandacht voor de duurzame ontwikkelingsdoelen in het onderwijs moet vormkrijgen door bijvoorbeeld een sterkere focus op de groene en digitale transities, een betere connectie tussen verschillende Europese programma’s en meer onderlinge samenwerking tussen lidstaten.

In juni nam de Raad de langverwachte Raadsaanbeveling over ecologische duurzaamheid in alle onderwijslagen aan. Volgens de onderwijsministers moet vergroening gelden als een van de prioriteitsgebieden in formeel, non-formeel en informeel onderwijs- en trainingsbeleid. Deze aanbeveling is iets minder verplichtend ten opzichte van het originele Commissievoorstel

De ministers voor sociale zaken en werkgelegenheid zijn het in de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken eens geworden over drie belangrijke aanbevelingen voor het stimuleren van leven lang leren. De Raad beveelt aan een Europese aanpak voor microcredentials implementeren de komende jaren. Om ervoor te zorgen dat volwassenen ook de middelen hebben om deze microcredentials op hun cv te zetten moeten de individuele leerrekeningen soelaas bieden

Doel European Education Area

Door meer samenwerking en coördinatie kan volgens de Commissie het potentieel van onderwijs beter benut worden voor het creëren van economische groei, sociale gelijkheid, banen en de vormgeving van een Europese identiteit. De Commissie streeft dan ook, in analogie met de Europese Onderzoeksruimte (ERA), naar een Europese Onderwijsruimte, die in 2025 gerealiseerd moet zijn. De EEA is momenteel een paraplubegrip waaronder verschillende initiatieven met betrekking tot onderwijs vallen. Het gaat hierbij om alle onderwijsniveaus; van voor- en vroegschoolse educatie, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs tot volwasseneneducatie en leven lang leren. De EEA moet niet alleen bijdragen aan de kwaliteit en het concurrentievermogen van het Europese onderwijs in het algemeen, maar ook de individuele lidstaten ondersteunen bij het moderniseren van hun onderwijssystemen.  

Op 19 februari 2021 lidstaten zijn de lidstaten het eens geworden over de vijf strategische pijlers van nog te creëren Europese Onderwijsruimte met het aannemen van een nieuw Europees strategisch kader voor onderwijs en opleiding (ET 2030, opvolger van ET 2020):

1. Verbetering van kwaliteit, gelijke kansen, inclusie en succes in het onderwijs
2. Levenslang leren en mobiliteit voor iedereen realiseren
3. De professionalisering van leraren
4. Versterking van het Europese hoger onderwijs
5. Ondersteunen van de groene en digitale transities

Daarnaast zijn in de Resolutie van de Raad een trits aan acties opgenomen (50 in totaal!).

Achtergrond informatie

Een concrete EEA bestaat dus momenteel nog niet, maar er wordt sinds 2017, wanneer de Commissie voor het eerst het begrip lanceerde, wel hard naar toe gewerkt.

De Europese Onderwijsministers hebben de zogenaamde Hoog-ambtelijke Groep Onderwijs en Opleiding aangewezen als coördineerde instantie van de Onderwijsruimte. Hiermee nemen de lidstaten de verantwoordelijkheid op zich om de EEA verder uit te rollen.

Onderwijs aan de basis van een succesvolle unie: sociale top Gotenburg

Op de Sociale Top in Gotenborg, november 2017, presenteert de Commissie de mededeling ‘‘Strengthening European Identity through Education and Culture”, waarin zij voor het eerst de EEA vermeldt. De Raad neemt vervolgens conclusies hierover aan. Hierbij verzoekt ze de Commissie om met concrete initiatieven voor de EEA te komen, namelijk:

  • Het bevorderen van mobiliteit en uitwisseling, onder andere door een versterkt, inclusief en uitgebreid Erasmus+ programma en een “Europese studentenpas”;
  • Versterkte strategische partnerschappen tussen Europese hoger onderwijsinstellingen, met tegen 2024 een twintigtal bottom-up “Europese Universiteiten”-Netwerken. Deze moeten zowel het internationale concurrentievermogen van Europese universiteiten versterken, als studenten de mogelijkheid bieden een diploma te behalen in verschillende EU-landen.
  • Het bevorderen van samenwerking tussen de lidstaten rond wederzijdse erkenning van diploma’s in het hoger en voortgezet onderwijs;
  • Het stimuleren van taalonderwijs; zodat jongeren naast hun moedertaal minstens twee andere Europese talen beheersen.

Ook vraagt de Raad aandacht voor de vaardigheden gelinkt aan digitalisering, cybersecurity, mediagebruik en kunstmatige intelligentie en wijst ze op het belang voor een inclusieve, innovatie-gedreven benadering op onderwijs, gebaseerd op leven lang leren.


Toewerken naar een Europese Onderwijsruimte

In 2018 neemt de Raad conclusies aan over “het toewerken naar een visie op de Europese Onderwijsruimte”. Hierin wijst ze vooral op het belang van Erasmus+, digitale vaardigheden en onderwijs en complementariteit aan de nationale onderwijsstelsels. De Raad benadrukt dat de EEA alle onderwijsniveaus moet behelzen en daarbij complementair moet zijn aan de nationale onderwijsstelsels. Het Europees Parlement vestigt de aandacht daarnaast ook op het feit dat de EEA complementair moet zijn aan de European Higher Education Area (EHEA).

De Commissie komt in 2018 met de Overkoepelende Mededeling ‘Building a stronger Europe: new initiatives to further boost role of youth, education and culture policies’. Hierin worden de in 2017 genomen acties nog eens toegelicht en stelt de Commissie ook nieuwe initiatieven voor. Naast het Europese Universiteiten-Initiatief meldt zij hierin ook voor het eerst de Centres of Vocational Excellence. Middels twee pakketten komt de Commissie in 2018 met initiatieven die invulling moeten geven aan de EEA:

Daarnaast neemt de Raad ook conclusies aan over bij- en omscholingstrajecten voor volwassenen.

Uit de laatste OJCS-raad van begin april bleek dat de Europese onderwijsministers willen dat er pilots komen voor een Europees diplomalabel en een mogelijk wettelijk statuut voor allianties. Al te snelle stappen worden dus uitgesloten. Op de Raadsvergadering van april werd ook de toekomst van het onderwijs in Europa werd besproken. De Raad dringt bij de Commissie aan om een pilot op te zetten voor een gezamenlijk Europees diplomalabel, die later dit jaar moet starten. Eventueel willen de lidstaten later Europese criteria opstellen voor gezamenlijke onderwijsprogramma’s.

Europese hogescholenv verenigd in UAS4Europe zien de European Strategy for Universities als een opmaat naar een European Knowledge Area, waarin ook innovatie haar plek moet hebben. 

Het Parlement ziet de Raadsaanbevelingen over microcredentials, individuele leerrekeningen en verduurzaming van het onderwijs als een belangrijke stap richting de Europese Onderwijsruimte.

Prioriteit onder Eurocommissaris Gabriel

Eurocommissaris Maryia Gabriel ziet de voltooiing van de EEA als een van haar prioriteiten. Bij haar aanstelling werd de onderwijsruimte ook expliciet vermeld in haar opdrachtbrief. Op de lange termijn wil de Commissie toewerken naar een zogenaamde ‘European Knowledge Strategy’ waarin zowel de ERA als de EEA samenkomen.

Om een toekomstbestendige transformatie van het Europese hoger onderwijs te stimuleren heeft de Commissie een Europese Strategie voor hogeronderwijsinstellingen en een voorstel voor een Raadsaanbeveling gepresenteerd. Het pakket beoogt samenwerking tussen lidstaten en instellingen aan te jagen, wat moet resulteren in de verdere ontwikkeling van en meer verbinding tussen de Europese Onderwijsruimte (EEA)Europese Onderzoeksruimte (ERA) en Europese Hogeronderwijsruimte (EHEA).

De EEA verder ontwikkelen

Tijdens de eerste gezamenlijke top tussen de ministers van onderwijs en financiën neemt in november 2019 de Onderwijsraad een resolutie aan over de verdere ontwikkeling van de Europese Onderwijsruimte (EEA) ter ondersteuning van onderwijs- en trainingsprogramma’s voor 2025. Ze ziet hierin een nog belangrijkere rol voor de EEA weggelegd, die samenhangt met de nieuwe prioriteiten in de strategische agenda van de Commissie. Zo kan de EEA bijdragen aan het vinden van oplossingen voor nieuwe maatschappelijke uitdagingen, zoals digitalisering en klimaatverandering, maar ook aan de versterking van de Europese identiteit. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de thema’s leven lang leren, inclusiviteit, ook via een sterk Erasmus+ programma, en samenwerking op alle onderwijsniveaus. Tot slot ziet de Raad het Europese Universiteiten-Initiatief als belangrijk instrument voor de realisatie van de EEA.

Verschillende voorzitterschappen maken de weg vrij

Het Kroatisch voorzitterschap van de Raad zet in de eerste helft van 2020 het thema ‘Brain Circulation’ hoog op de agenda, met hierbij aandacht voor een evenwichtigere balans in mobiliteit binnen de EEA. De onderwijsministers gaan tijdens de Onderwijsraad van februari in gesprek over welke synergieën in beleid en financiering kunnen bijdragen aan evenwichtigere studentenstromen. Opnieuw zien zij hier een belangrijke rol weggelegd voor het Europese Universiteiten-Initiatief. Tijdens het Duits voorzitterschap stond vooral het bestrijden van de COVID-19 pandemie centraal, maar zijn ook nieuwe impulsen gegeven aan het mbo met de ondertekening van de Osnabrückverklaring. Toch uitten de lidstaten eind december 2020 zich nog enigszins kritisch over de nieuwe Europese Onderwijsruimte, bang dat Brussel te veel aan hun nationale competenties komt. Het Portugees voorzitterschap krijgt het dan toch voor mekaar: een nieuw Europees strategisch kader voor onderwijs en opleiding (ET 2030, opvolger van ET 2020) wordt door de Onderwijsministers aangenomen in februari 2021. Het ET 2030 is opgebouwd aan de hand van twee werkcycli, waarbij de concrete actiepunten voor de eerste werkperiode van 2021-2025 ook zijn opgenomen in de resolutie. Het eindresultaat zou hiervan de daadwerkelijke Europese Onderwijsruimte moeten zijn.

Volgende stappen

Het is nu aan de lidstaten om de acties opgesomd in het ET 2030 raamwerk uit te rollen. Er staan verschillende activiteiten op, een aantal uitgepikt door het Neth-ER Bureau:

  • Verschillende expert groepen zullen het onderwijsveld van adviezen voorzien, waarover over kwaliteitsinvesteringen in het onderwijs, richtsnoeren over desinformatie en richtsnoeren over gebruik van AI-technologie en data in alle onderwijslagen. Over de AI richtsnoeren organiseerde Neth-ER in juni een evenement.
  • Tot slot is op het gebied van digitalisering eind juni de Digital Education Hub (gelanceerd. Tevens volgen eind 2022/begin 2023 twee Raadsaanbevelingen: de eerste gericht op digitale vaardigheden en de tweede gericht op beleidshervormingen die nodig zijn om digitaal onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken. Zie het Dossier: Digitalisering voor meer informatie.


Laatst geupadted op: 30/08/2022

lees meer