02 juli 2026
Raad zet koers uit voor Europese Onderwijsruimte tot 2030
Matthijs Timmermans
Beleidsmedewerker
Stel uw vraag
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
02 juli 2026
Beleidsmedewerker
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
De lidstaten hebben een akkoord bereikt over een vernieuwd strategisch kader voor de Europese Onderwijsruimte (EEA) voor de periode 2026-2030. De Raad stelt zes strategische prioriteiten vast, van basisvaardigheden tot competitief hoger onderwijs en legt een sterk accent op concurrentievermogen, digitale en groene vaardigheden en de rol van onderwijs voor een weerbare samenleving.
Met deze resolutie vernieuwt de Raad het strategisch kader uit 2021, op basis van de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie van de Commissie. De zes strategische prioriteiten voor 2026-2030 zijn: basisvaardigheden (lezen, rekenen en wetenschap) voor iedereen; digitale vaardigheden en burgerschapsonderwijs; een leven lang leren en mobiliteit; een aantrekkelijker lerarenberoep; excellent en aantrekkelijk beroepsonderwijs; en competitief hoger onderwijs. Kwaliteit, gelijkheid, inclusie en succes voor alle lerenden blijven daarbij het hart van de Europese Onderwijsruimte.
Door alle prioriteiten heen klinkt de nadruk op het Europese concurrentievermogen en de strategische autonomie van de Unie. De Raad verwijst expliciet naar de Commissiemededelingen over de Union of Skills, het Actieplan Basisvaardigheden en het STEM Education Strategic Plan. Onderwijs- en opleidingssystemen moeten mensen de vaardigheden bijbrengen die nodig zijn voor de groene en digitale transities, terwijl ze tegelijk demografische uitdagingen en dalende basisvaardigheden het hoofd moeten bieden. Opvallend is dat de Raad waarschuwt voor een zorgwekkende daling in lees-, reken- en natuurwetenschappelijke vaardigheden, zoals blijkt uit internationale toetsen als PISA.
Voor het hoger onderwijs bevestigt de Raad de inzet op de Europese Universiteiten-allianties en het Bolognaproces, en op het in mei 2025 afgesproken proces richting een mogelijk gezamenlijk Europees diploma. Ook academische kernwaarden zoals academische vrijheid worden benoemd, evenals de groeiende impact van kunstmatige intelligentie (AI) op onderwijs, toetsing en onderzoek. Voor het beroepsonderwijs benadrukt de Raad excellentie, aantrekkelijkheid en de doorstroom naar vervolgonderwijs, met een rol voor de Centres of Vocational Excellence (CoVE’s) in toegepast onderzoek en innovatie.
De Raad benadrukt dat de governance van de Europese Onderwijsruimte binnen de bestaande structuren kan worden versterkt. De High Level Group on Education and Training, ondersteund door haar coördinatieboard, blijft een centrale rol spelen in de strategische sturing en de werkgroepen blijven via de open coördinatiemethode bijdragen aan de beleidsvoorbereiding.
De Raad bereikte het akkoord op 29 juni, vrijwel op de laatste dag van het Cypriotische voorzitterschap. De Europese Onderwijsruimte is een vrijwillig samenwerkingskader tussen de lidstaten, met als ambitie om de Onderwijsruimte uiterlijk in 2030 te voltooien. In de praktijk gaat het om een gezamenlijke Europese ambitie om onderwijs van hoge kwaliteit voor iedereen toegankelijk te maken, waarbij lerenden, docenten en diploma's vrij over de grenzen kunnen bewegen. De lidstaten blijven zelf verantwoordelijk voor hun onderwijs, maar stemmen via dit kader prioriteiten af, delen goede voorbeelden en werken toe naar gezamenlijke EU-doelstellingen. Het kader uit 2021 wordt met deze resolutie herzien voor de tweede cyclus. De lidstaten worden uitgenodigd om op nationaal en regionaal niveau maatregelen te nemen die bijdragen aan de prioriteiten en de EU-doelstellingen, met respect voor de nationale bevoegdheid op onderwijsgebied.
Het Cypriotische voorzitterschap stelt zich terughoudend op in MFK-onderhandelingen
Iers voorzitterschap komt op een cruciaal moment en koppelt kernwaarden aan O&I agenda
Onderzoek en onderwijs behouden stabiele financiering in EU-begroting 2027
Erasmus+ draagt bij aan maatschappelijke groei in derde landen