04 maart 2026
Raad Concurrentievermogen pleit voor coherente aanpak ECF en Horizon Europe
Matthijs Timmermans
Beleidsmedewerker
Stel uw vraag
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
04 maart 2026
Beleidsmedewerker
Meer informatie nodig? Stel uw vraag aan één van onze medewerkers
Op 26 en 27 februari kwamen de Europese onderzoeksministers bijeen in Brussel voor het overleg van de Raad Concurrentievermogen. Tijdens deze bijeenkomst stonden het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) en het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2028–2034) centraal. De ministers willen voor de zomer een gedeeltelijk algemeen standpunt bereiken.
Op 26 en 27 februari kwamen de Europese onderzoeksministers bijeen in Brussel voor de Raad Concurrentievermogen. Ministers benadrukten dat het ECF-nauw moet aansluiten op KP10, zodat veelbelovende projecten doorgroeien van onderzoek naar markt. Tegelijkertijd waarschuwden zij dat fundamenteel onderzoek niet ondergeschikt mag raken aan industriële of commerciële belangen. Over de precieze relatie tussen beide instrumenten bestaat echter nog veel onduidelijkheid. Ministers vroegen de Commissie om meer helderheid over hoe het ECF en KP10 elkaar aanvullen en versterken. Ook verzochten zij verduidelijking over de definities en de praktische toepassing van dual-use onderzoek.
Een van de centrale twistpunten is de vraag of projecten enkel op wetenschappelijke excellentie geselecteerd moeten worden of dat geografische spreiding een expliciete rol moet spelen bij de toekenning van middelen in KP10 en het ECF. Voorstanders van widening stellen dat financiering puur op basis van excellentie de bestaande ongelijkheid tussen lidstaten in stand houdt. Tegenstanders vrezen juist dat geografische criteria de wetenschappelijke kwaliteit en het concurrentievermogen van Europa ondermijnen. Het debat raakt daarmee aan een fundamentelere vraag: dient EU-financiering primair de meest veelbelovende onderzoeksprojecten te ondersteunen, of ook om cohesie tussen lidstaten te bevorderen? Verschillende ministers hebben aangegeven dat zij voor de zomer nog geen gemeenschappelijk standpunt kunnen innemen.
Een ander heikelpunt is de governance van het ECF. Volgens het voorstel van de Commissie krijgen lidstaten minder directe invloed op de werkprogramma's van het fonds, vergeleken met de huidige opzet onder Horizon Europe. Verschillende ministers verzetten zich hiertegen en pleitten voor een sterkere rol van de lidstaten bij de inhoudelijke programmering en bijsturing van het ECF. Zij wijzen erop dat nationale overheden beter zicht hebben op de strategische prioriteiten en behoeften van hun onderzoeks- en innovatiesystemen. De Commissie stelt weliswaar voor om belanghebbenden te betrekken via een zogeheten Belanghebbendenraad, maar ook over de samenstelling en onafhankelijkheid van dat orgaan bestaat nog veel onduidelijkheid. Hoe de formele rol van lidstaten uiteindelijk wordt verankerd, is daarmee een van de open eindjes in de ECF-onderhandelingen.
De Raad Concurrentievermogen (Research & Space) is het forum waar ministers spreken en onderhandelen over Europese onderzoeks- en innovatiedossiers. De discussies over KP10 en het ECF zijn nauw verbonden met de bredere onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034, waarvan de contouren in juli 2025 zijn gepresenteerd. De onderhandelingen over de juridische grondslag en het budget van KP10 lopen naar verwachting door tot eind 2027, onder begeleiding van opeenvolgende EU-voorzitterschappen. In januari 2026 nam Cyprus het voorzitterschap van de Raad over van Denemarken; deze bijeenkomst was de eerste Raad Concurrentievermogen onder Cypriotisch voorzitterschap.
Copyright foto: © European Union – Event: Competitiveness Council - February 2026