Dossier: Europees Concurrentiefonds
Op 17 juli 2025 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor het Europees Concurrentiefonds (ECF) als onderdeel van haar voorstel voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034. In dit nieuwe fonds worden twaalf bestaande programma’s uit de periode 2021-2027 samengebracht in één financieringsinstrument. Daarnaast wordt het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon Europe) formeel onder het ECF geplaatst, maar behoudt het zijn status als afzonderlijk programma met een eigen budget. Voor het fonds zal één set aan regels gehanteerd worden, het zogenaamde ‘single rulebook’. Het is nog niet duidelijk hoe dit single rulebook eruit zal zien.
Vier thematische vensters
Het ECF zal volgens het voorstel vier thematische vensters krijgen met ieder een apart budget. Deze vensters zijn gericht op (1) schone transitie en decarbonisatie, (2) digitale transitie (3) volksgezondheid, biotechnologie, landbouw en bio-economie en (4) weerbaarheid, veiligheid, defensie en ruimtevaart.
Het doel van de Commissie
De Commissie wil met het ECF het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de EU versterken. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het waarborgen van continuïteit in de financiering. Via het ECF moeten onderzoekers gedurende de volledige innovatieketen, van fundamenteel onderzoek tot commercialisering, toegang kunnen krijgen tot Europese middelen. Daarnaast moet het voorgestelde single rulebook de toegang tot financiering vereenvoudigen en administratieve lasten verlagen.
Ook verwacht de Commissie dat het bundelen van strategische prioriteiten binnen de vier brede thematische vensters haar meer flexibiliteit zal geven om sneller en effectiever op toekomstige ontwikkelingen in te spelen.
Focus op defensie
Veruit het grootste deel van de 234,3 miljard euro die in het voorstel voor het ECF is gereserveerd, zal naar het vierde venster gaan (125,2 miljard euro). In navolging van het model van de Important Projects of Common European Interest (IPCEI) introduceert de Commissie daarnaast de zogenaamde European Defence Projects of Common Interest (EDPCI). Deze EDPCIs moeten lidstaten in staat stellen om gezamenlijke prioriteiten te bepalen en hun aanbestedings- en investeringsprocessen beter te stroomlijnen. Op deze manier zou Europa gerichter en consistenter kunnen investeren in strategische defensiecapaciteiten.
Relatie tot KP10
Het voorstel kondigt aan dat het ECF nauw verbonden zal zijn aan het nieuwe kaderprogramma (KP10). Zo zullen de strategische prioriteiten binnen het ‘Competitiveness’ deel van Pijler 2 van KP10 bepaald worden door het ECF. Volgens Commissaris Zaharieva moeten projecten binnen deze pijler bovendien via een ‘fast track’-procedure sneller toegang krijgen tot ECF-financiering.
Tegelijk blijft de precieze afbakening tussen het ECF en KP10 onduidelijk. Zo is nog niet uitgewerkt hoe de complementariteit tussen beide instrumenten wordt gewaarborgd en overlap tussen financieringsstromen wordt vermeden. Ook roept de keuze van de Commissie om het budget van Pijler 2 van KP10 te koppelen aan de vier brede thematische vensters van het ECF vragen op. Deze constructie kan de gewenste flexibiliteit vergroten, maar mogelijk ook ten koste gaan van de voorspelbaarheid van onderzoeksfinanciering
Daarnaast is nog onduidelijk welke gevolgen de sterke focus van het ECF op defensie en dual-use technologieën zal hebben voor KP10. De Commissie heeft bijvoorbeeld nog geen uitsluitsel gegeven over de implicaties voor samenwerking met partners uit geassocieerde en derde landen. Evenmin is duidelijk welke aanvullende risicobeoordelings‑ en complianceprocedures hieruit zullen voortvloeien voor het kennisveld.
Laatste ontwikkelingen
Begin 2025 kondigde de Commissie de ontwikkeling van een Competitiveness Coordination Tool aan. Dit instrument moet de EU en lidstaten helpen om strategische prioriteiten beter met elkaar af te stemmen om zo fragmentatie en overlap tegen te gaan. In het voorstel van de Commissie voor het ECF wordt het bovendien gepositioneerd als een initiatief dat onder meer zal verduidelijken hoe een effectieve coördinatie tussen het ECF en KP10 moet worden gewaarborgd. Verdere inhoudelijke details ontbreken echter vooralsnog en de publicatie van de tool is inmiddels uitgesteld.
Context
Het voorstel van de Commissie voor het ECF doorloopt de gewone wetgevingsprocedure. Dit betekent dat zowel het Europees Parlement als de Raad het goed moeten keuren. Beide instellingen behandelen het voorstel momenteel. In het Parlement werkt de ITRE‑commissie aan haar advies en mogelijke amendementen, waarna begin oktober een plenaire stemming over het ECF gepland staat. Binnen de Raad wordt het dossier besproken in de Working Group on Research. De instellingen zullen vervolgens naar verwachting tot eind 2027 onderhandelen over de uiteindelijke vorm van het ECF.
Vier thematische vensters
Het ECF zal volgens het voorstel vier thematische vensters krijgen met ieder een apart budget. Deze vensters zijn gericht op (1) schone transitie en decarbonisatie, (2) digitale transitie (3) volksgezondheid, biotechnologie, landbouw en bio-economie en (4) weerbaarheid, veiligheid, defensie en ruimtevaart.
Het doel van de Commissie
De Commissie wil met het ECF het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de EU versterken. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het waarborgen van continuïteit in de financiering. Via het ECF moeten onderzoekers gedurende de volledige innovatieketen, van fundamenteel onderzoek tot commercialisering, toegang kunnen krijgen tot Europese middelen. Daarnaast moet het voorgestelde single rulebook de toegang tot financiering vereenvoudigen en administratieve lasten verlagen.
Ook verwacht de Commissie dat het bundelen van strategische prioriteiten binnen de vier brede thematische vensters haar meer flexibiliteit zal geven om sneller en effectiever op toekomstige ontwikkelingen in te spelen.
Focus op defensie
Veruit het grootste deel van de 234,3 miljard euro die in het voorstel voor het ECF is gereserveerd, zal naar het vierde venster gaan (125,2 miljard euro). In navolging van het model van de Important Projects of Common European Interest (IPCEI) introduceert de Commissie daarnaast de zogenaamde European Defence Projects of Common Interest (EDPCI). Deze EDPCIs moeten lidstaten in staat stellen om gezamenlijke prioriteiten te bepalen en hun aanbestedings- en investeringsprocessen beter te stroomlijnen. Op deze manier zou Europa gerichter en consistenter kunnen investeren in strategische defensiecapaciteiten.
Relatie tot KP10
Het voorstel kondigt aan dat het ECF nauw verbonden zal zijn aan het nieuwe kaderprogramma (KP10). Zo zullen de strategische prioriteiten binnen het ‘Competitiveness’ deel van Pijler 2 van KP10 bepaald worden door het ECF. Volgens Commissaris Zaharieva moeten projecten binnen deze pijler bovendien via een ‘fast track’-procedure sneller toegang krijgen tot ECF-financiering.
Tegelijk blijft de precieze afbakening tussen het ECF en KP10 onduidelijk. Zo is nog niet uitgewerkt hoe de complementariteit tussen beide instrumenten wordt gewaarborgd en overlap tussen financieringsstromen wordt vermeden. Ook roept de keuze van de Commissie om het budget van Pijler 2 van KP10 te koppelen aan de vier brede thematische vensters van het ECF vragen op. Deze constructie kan de gewenste flexibiliteit vergroten, maar mogelijk ook ten koste gaan van de voorspelbaarheid van onderzoeksfinanciering
Daarnaast is nog onduidelijk welke gevolgen de sterke focus van het ECF op defensie en dual-use technologieën zal hebben voor KP10. De Commissie heeft bijvoorbeeld nog geen uitsluitsel gegeven over de implicaties voor samenwerking met partners uit geassocieerde en derde landen. Evenmin is duidelijk welke aanvullende risicobeoordelings‑ en complianceprocedures hieruit zullen voortvloeien voor het kennisveld.
Laatste ontwikkelingen
Begin 2025 kondigde de Commissie de ontwikkeling van een Competitiveness Coordination Tool aan. Dit instrument moet de EU en lidstaten helpen om strategische prioriteiten beter met elkaar af te stemmen om zo fragmentatie en overlap tegen te gaan. In het voorstel van de Commissie voor het ECF wordt het bovendien gepositioneerd als een initiatief dat onder meer zal verduidelijken hoe een effectieve coördinatie tussen het ECF en KP10 moet worden gewaarborgd. Verdere inhoudelijke details ontbreken echter vooralsnog en de publicatie van de tool is inmiddels uitgesteld.
Context
Het voorstel van de Commissie voor het ECF doorloopt de gewone wetgevingsprocedure. Dit betekent dat zowel het Europees Parlement als de Raad het goed moeten keuren. Beide instellingen behandelen het voorstel momenteel. In het Parlement werkt de ITRE‑commissie aan haar advies en mogelijke amendementen, waarna begin oktober een plenaire stemming over het ECF gepland staat. Binnen de Raad wordt het dossier besproken in de Working Group on Research. De instellingen zullen vervolgens naar verwachting tot eind 2027 onderhandelen over de uiteindelijke vorm van het ECF.




