Van Ballekom ziet in EFSI kansen voor Nederland

30 juli 2015

Pim van Ballekom roept kennisinstellingen met interessante EFSI-projectvoorstellen op om de EIB zo vroeg mogelijk te benaderen. In een exclusief interview met Neth-ER benadrukt de vicepresident van de Europese Investeringsbank dat de EIB veel kansen biedt voor het Nederlandse kennisveld, maar dat deze nog niet optimaal benut worden. 

Sinds 2012 is Pim van Ballekom vicepresident van de Europese Investeringsbank (EIB) en bewindvoerder van het Europese Investeringsfonds (EIF). Neth-ER ging met hem in gesprek over de kansen voor Nederlandse kennisinstellingen binnen het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), ook bekend als het ‘Juncker Plan’.

Q: Hoe verschillen de leningen die uit hoofde van het EFSI kunnen worden verkregen met de reguliere leningen die de EIB kan verstrekken? 

Het EFSI is een garantiemechanisme. Dit garantiemechanisme zorgt er voor dat we leningen kunnen verstrekken aan risicovolle(re) projecten die anders geen doorgang hadden gevonden. De bijdrages van Duitsland, Luxemburg en Frankrijk zijn bijdrages aan de cofinanciering, niet aan EFSI. Het is geen bedrag dat in een fonds gestort wordt.

In essentie is er weinig nieuws aan EFSI. De EIB blijft gewoon doen wat ze altijd al heeft gedaan. Het EFSI is gewoon een methode om de komende drie jaar extra risico's te nemen die ze zonder die garantie niet hadden kunnen nemen. Door EFSI verwachten we nieuwe investeringen te kunnen doen in Nederland, met meer risiconeming en met meer nieuwe klanten. We hebben aangegeven dat we met de 21 miljard euro van EFSI 315 miljard euro aan investeringen op de markt kunnen realiseren. Dit lijkt wellicht een grote marge, maar dit is eigenlijk heel gemakkelijk haalbaar. Met investeringen in het verleden hebben we namelijk meer investeringen gemobiliseerd, zij het met een ander risicoprofiel. 

Voor Nederlandse kennisinstellingen lijkt financiering uit EFSI erg ver weg. EFSI kan namelijk met name grote en risicovolle projecten financieren en kennisinstellingen mogen juist geen risicovolle investeringen doen bij wet.
Q: Wat maakt dit investeringsplan volgens u wel interessant voor de Nederlandse onderwijsinstellingen?

De EIB kan het Nederlandse kennisveld veel meer bieden dan nu gebeurt en ik wil graag weten hoe de EIB dit het beste kan doen. We kunnen geen individuele scholen helpen, dus we zoeken situaties waarin we het Nederlandse onderwijsveld wel kunnen helpen met leningen. In Frankrijk en Engeland wordt heel veel omzet gedraaid in de onderwijssector, maar dat loopt allemaal via de centrale begroting. In Nederland is dat niet het geval en daarom is het voor een bank moeilijker om op die markt te komen. We moeten één gesprekspartner hebben die de rest vertegenwoordigt, één lenende counterpart waar wij het geld kunnen wegzetten - zoals bijvoorbeeld de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). In dit soort instellingen voor hogescholen en universiteiten zijn wij geïnteresseerd om bijvoorbeeld een project te doen voor gezamenlijk onderhoud. Zo kunnen kleinere projecten geaggregeerd worden om een bepaalde massa te bereiken die wij wel kunnen financieren. Als we het over concrete voorbeelden van financiering voor onderwijsinstellingen hebben, denk dan bijvoorbeeld aan het renoveren van een campus of het energiezuinig maken van gebouwen.

Het is van belang dat het investeringsdeel van de EIB een bepaalde kritische massa bereikt, vooral wat betreft projecten die geen directe RDI component hebben. Omdat de EIB in de regel maximaal 50% van een project kan financieren, moet een universiteit of hogeschool dan in een project van tientallen miljoenen willen investeren. De looptijd mag daarbij wel een aantal jaren zijn, doorgaans jaren langer dan beschikbaar op de markt. Voor projecten met een innovatief component zijn in de loop der jaren nieuwe producten ontwikkeld, waarmee wij meer risico kunnen nemen. Daar gaan wij mee verder. Een voorbeeld hiervan is de financiering van een project in België bij een farmaceutisch bedrijf. Het project is nog niet helemaal uitontwikkeld en normaal zou de EIB hier onderpand voor vragen, maar dat doen we nu niet. Het is risicovol om te investeren in een product dat nog niet op de markt is, maar door EFSI kunnen we dit doen. Door EFSI worden onze credit lines nog verder versoepeld. Hierdoor is financiering voor Horizon 2020 projecten ook makkelijker beschikbaar.

Q: Wat vindt u van de beslissing om geld uit Horizon 2020 te halen voor de financiering van EFSI en het standpunt van de Europese Rekenkamer over de toekenning van gelden uit het European Fund for Strategic Investment (EFSI)? 

De EIB had geen invloed op de keuze van de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement waar het geld vandaan te halen. Overigens ben ik van mening dat het geld voor EFSI beter niet uit Horizon 2020 had kunnen komen, maar uit de structuurfondsen. Dat geld was niet al tot de laatste cent besproken.

De Europese Rekenkamer heeft geen invloed op de besteding van deze gelden, maar beoordeelt achteraf of wij ons werk goed hebben gedaan. In dit geval betekent dat dat de Rekenkamer moet controleren hoe de Europese Commissie het geld besteed heeft en dus zal beoordelen of de 16 miljard euro goed besteed is of niet.

Q: Geven de eerste projecten die goedgekeurd zijn door de EIB ook een indicatie van het soort projecten dat vooral kans maakt op EFSI-financiering? Er worden nu leningen verstrekt voor projecten op het terrein van infrastructuur. Daarnaast is er ook een project gericht op onderzoek in de gezondheidszorg in Spanje. Kunt u aangeven of er specifieke terreinen zijn waarbinnen projecten een grote kans maken op EFSI financiering?

De EIB wil meer geld wegzetten in de innovatieve sector. Dit zijn over het algemeen kleinere projecten waar ook kleinere bedragen voor nodig zijn. Ondanks dat de EIB in innovatieve projecten wil investeren ligt het uiteindelijke besluit over wat te doen met het geld bij de lidstaten. Duitsland wil bijvoorbeeld juist in snelwegen gaan investeren die ze verwaarloosd hebben in plaats van innovatieve projecten.

Nederland heeft twee enorm goede initiatieven genomen, namelijk een Memorandum of Understanding met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) afgesloten om samen projecten te gaan doen. Daarnaast komt er een Nederlandse investeringsinstelling waar de EIB en het ABP aan zullen deelnemen en ook hier gaan projecten uitkomen. Landen zoals Duitsland en Luxemburg investeren extra in EFSI (respectievelijk 8 miljard en 80 miljoen). De Nederlandse overheid heeft besloten dit niet te doen, maar ik ben van mening dat we dit ook niet nodig hebben.

Op 22 juli hebben de Europese Commissie en de EIB de laatste EFSI-overeenkomst ondertekend. Hiermee is EFSI klaar om in de herfst van 2015 van start te gaan. 
Q: Hoe gaan leningen onder EFSI de komende tijd te werk? 

We zijn momenteel al aan het warehousen, dat wil zeggen we hebben al een aantal complexe, risicovollere projecten in onze bestaande pijplijn goedgekeurd die we onder EFSI beogen. Die complexiteit vraagt niet alleen financiering, maar doorgaans ook onze adviesdiensten. En die financiële en technische kennis is er, uit decennialange ervaring in het financieren van kennis- en onderzoeksinfrastructuur binnen en buiten de EU.

Het is daarom van belang dat partijen met interessante projecten ons zo vroeg mogelijk benaderen. Als een bank of projecteigenaar naar ons toe komt met een project dat aan de EFSI-criteria kan voldoen, sturen we dat naar het Investment Committee. Dit comité bekijkt de voorstellen die binnenkomen en toetst of het onder de voorwaarden van EFSI valt. Als het Investment Committee dit goedkeurt sturen ze het naar de Board of Directors van de EIB en als die het goedkeuren dan komt het bij de EIB op de balans. Als het Investment Committee nee zegt gaat de EIB terug naar de klant om te zeggen dat het geen EFSI-project is. Dan kan de klant mogelijk wel nog onder de gewone criteria voor leningen bij de EIB terecht. Doordat we een publieke bank zijn is het ook zo dat als je als aanvrager van een lening na het tekenen van een contract toch een betere deal kan krijgen bij een particuliere bank, je daar ook voor mag kiezen. We zijn er niet om marktpartijen weg te concurreren of om klanten te dwingen om geld uit onze kredietlijnen te trekken.

Het EFSI loopt nu in eerste instantie voor drie jaar. Als er nog eens drie jaar verlenging komt, wil de Commissie dat er genoeg belangstelling is, zodat we niet het risico lopen de commerciële partners uit de markt drukken. Die interesse moet de komende tijd blijken.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Meer informatie nodig ?

Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Gerelateerde artikelen

Roep om strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor een circulaire economie

De Europese Unie zou een strategische onderzoeks- en innovatieagenda voor een circulaire economie moeten opzetten. Dit stelt de denktank CEPS in een rapport over circulaire economie. Het rapport is...

Lees meer

Geef uw mening over het Pact for Skills

De Commissie vraagt uw mening over het Pact for Skills, een initiatief dat werd aangekondigd in de update van de Europese Skills Agenda. De resultaten van de enquete moeten de Commissie helpen bij...

Lees meer

Nederlandse Josefien Groot wint Rising Innovator Prize 2020

De Nederlandse Josefien Groot heeft de prijs Rising Innovator Prize 2020 gewonnen. De prijs werd tijdens de jaarlijkse R&I days uitgereikt door Mariya Gabriel, Eurocommissaris voor innovatie,...

Lees meer

EUIPO en EBAN gaan samen midden- en kleinbedrijf ondersteunen

Het bureau voor intellectueel eigendom van de Europese Unie (EUIPO) en EBAN, een netwerk van investeerders in startende ondernemingen, hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend. Door...

Lees meer