Student en samenwerking centraal bij joint programmes

25 februari 2016

Het bieden van internationale kansen voor studenten en samenwerking met andere universiteiten zijn de belangrijkste redenen om een joint programme op te zetten. Financiële redenen en personeel spelen een minder grote rol. Het opzetten van zo’n masterprogramma tussen twee of meer Europese universiteiten gebeurt vaak op initiatief van universitair personeel of vakgroepen, met weinig invloed van centraal niveau. Dit blijkt uit onderzoek naar internationaliseringsmotieven bij het opstarten van Europese joint programmes aan Nederlandse universiteiten door Marion Anten, voormalig stagiaire bij Neth-ER. 

Joint programmes: waarom?
Joint programmes, masterprogramma’s waarbij verschillende universiteiten samenwerken, worden opgezet om te internationaliseren. Hoewel joint programmes tegenwoordig door universiteiten vaak worden opgenomen in centrale (strategische) plannen, komt het initiatief vaak vanuit wetenschappelijk personeel, die het onafhankelijk van het centrale universiteitsniveau opzetten. Daarbij is hun uitgangspunt vooral de student, die ze meer internationale ervaring, competenties en kennis op willen laten doen. Ook het uitbreiden van het vakgebied, samenwerking met Europese partners en het werven van meer studenten zijn belangrijke internationaliseringsmotieven. Redenen die het personeel aangaan of een stimulans vanuit de Europese Unie worden minder belangrijk gevonden. Dit laatste is zelfs bij joint programmes die met het Europese programma Erasmus Mundus zijn opgezet niet het geval. Financiële motieven zijn al helemaal niet belangrijk bij het opstarten van joint programmes; join programmes kosten meer geld dan ze opleveren.

Wat houdt je tegen?
Hoewel een joint programme een goed initiatief is om de internationalisering op de universiteit een boost te geven, lopen de oprichters ook vaak tegen problemen aan. Vaak zijn nationale wetgeving en onderwijssystemen niet afgestemd op de opzet van joint programmes. Dit is vooral bij joint degrees het geval. Daarnaast kost het opzetten van een joint programme veel tijd, energie en geld voor de betrokkenen. 

Aanbevelingen
In het onderzoek worden enkele aanbevelingen gedaan voor toekomstige oprichters van joint programmes, Nederlandse universiteitenen de Rijksoverheid. Toekomstige oprichters moeten zich bewust zijn van de internationaliseringsmotieven, de mogelijkheden van joint programmes en de omvang en kosten. Het is verder belangrijk dat er samen wordt gewerkt. Hier kan de universiteit ook een grote rol in spelen, door bijvoorbeeld een platform joint programmes op te richten. Verder moeten universiteiten het opzetten van joint programmes stimuleren, omdat het vaak wel is opgenomen in internationaliseringsplannen, maar wetenschappelijk personeel het voornamelijk zelf opzet. Tot slot is het aan de Rijksoverheid om obstakels weg te nemen, met name betreffende de wetgeving.  

Opzet en achtergrond onderzoek
In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen vier soorten joint programmes: Erasmus Mundus joint degrees, Erasmus Mundus double en multiple degrees, interuniversitaire joint degrees en interuniversitaire double en multiple degrees. Het onderzoek is afgenomen bij drie joint programmes van elke vorm bij twaalf Nederlandse universiteiten. De joint programmes waren Europese samenwerkingen.

Het onderzoek is gedaan vanwege de toenemende mate van internationalisering van universiteiten. Met dit onderzoek is een specifieke vorm van internationalisering onderzocht. De conclusies en aanbevelingen kunnen worden meegenomen bij het opzetten van joint programmes, universiteiten op centraal niveau en door de Rijksoverheid.

Door: Marion Anten (oud-stagiaire Neth-ER)

 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Meer informatie nodig ?

Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Gerelateerde artikelen

Dit zijn de 6 kennisplannen van de Commissie voor 2021 (en nog 143 andere)

De Commissie heeft zes concrete plannen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie voor 2021. Naast wetgeving over micro-credentials, individuele leerrekeningen en staatsteun, zijn dat...

Lees meer

Webinar – Digitalisation of student mobility: gaining international competences in times of corona through virtual and blended mobility

Join us on 27 October for a discussion on gaining international competences through virtual and blended student mobility. During this webinar, we will explore the role digitalisation can play to...

Lees meer

Regeringsleiders: kenniseconomie speerpunt in samenwerking met Afrika

De digitale kenniseconomie is volgens Europese regeringsleiders één van de speerpunten in de Europese samenwerking met Afrika. Dat bleek tijdens de Europese Raad van 15-16 oktober. Ook de Brexit...

Lees meer

Von der Leyen neemt onderscheiding in ontvangst ter ere van Erasmus+

Het Erasmus+ programma heeft een onderscheiding gewonnen voor de bijdrage aan Europese samenwerking en het belang van onderwijs en cultuur. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen nam trots de...

Lees meer