Bruyninckx: ‘circulaire economie gesneden koek voor Nederlandse instellingen’

22 februari 2016

Sinds juni 2013 is de Belgisch politicoloog Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap (EEA) te Kopenhagen. Het agentschap verstrekt beleidsmakers in Europa informatie en advies over uiteenlopende milieuzaken. In zijn loopbaan heeft Bruyninckx gedoceerd aan de Katholieke Universiteit Leuven en aan de Wageningen Universiteit. Het jaar 2015 was volgens Bruyninckx een cruciaal jaar voor het maken van afspraken over het milieu. De uitdaging is echter hoe deze afspraken moeten worden geïmplementeerd. De wereld zal hiervoor veel nieuwe kennis en technologie nodig hebben; kansen dus voor Europa, ook voor Nederland, vindt Bruyninckx.  

Q: In 2015 zette de wereld haar handtekening onder het COP-21 akkoord in Parijs, namen de Verenigde Naties nieuwe Sustainable Development Goals aan, publiceerde de Commissie haar plannen voor de transitie naar een circulaire economie en werden de plannen voor een Energy Union geconcretiseerd met focus op klimaatvriendelijke energie. Was 2015 een goed jaar voor het milieu?

A: Ja, 2015 was een goed jaar, maar ik zou liever van een cruciaal jaar spreken. In 2015 zijn duidelijke en richtinggevende afspraken gemaakt over het milieu. In al deze afspraken wordt het besef duidelijk, dat ons huidige systeem van produceren en consumeren niet duurzaam is en dat we dus een andere richting zullen moeten inslaan. Een belangrijke hefboom voor die richting is natuurlijk innovatie. Het komt er in essentie op neer dat we naar een ander energiesysteem, transportsysteem en naar een ander systeem van voedsel en landbouw zullen moeten en hoe de stedelijke samenleving van de toekomst eruit ziet.  

Q: Hoe kijkt u terug op de in Parijs gesloten afspraken?

A: Ik denk dat de afspraken een serieuze doorbraak zijn op verschillende vlakken. In de eerste plaats gaan we van ’35 landen onder Kyoto’, naar zo goed als iedereen nu. Dat is natuurlijk een onwaarschijnlijke vooruitgang. Wat daar essentieel aan is, is dat al die landen (nieuwe) kennis en technologie nodig hebben. Met 28 landen in de EU hebben we in de voorbije decennia aangetoond dat de economie kan groeien, zelfs met 46% sinds 1990, en tegelijkertijd de uitstoot verminderen met 23%, dus we have a story to tell. Verder gaat het nu over echte ambities; het verdrag is duidelijk: “…we have to stay well below the two degrees”. Als we dat echt willen bereiken, zullen we snel en diepgaand een aantal dingen moeten veranderen. In de derde plaats is er een grote commitment voor transparantie in het systeem. Ik denk dat het voor Europa uitermate cruciaal is, want wij hebben al een systeem van transparante rapportage. Neem nu het Europees Milieuagentschap, het EEA is in belangrijke mate verantwoordelijk voor het samenbrengen van Europese kennis en deze kennis op een transparante manier te communiceren naar beleidsmakers en burgers. Dit zal nu ook moeten gebeuren voor China en voor andere landen. Ik denk dat we hier in Europa onderschatten hoe belangrijk die doorbraak is en dat hier grote kansen liggen.

Q: De Europese Commissie heeft op 2 december 2015 haar Circulaire Economie pakket gepubliceerd. Dit pakket bevat een lijst met acties, die de Commissie nog binnen haar mandaat wil initiëren. Is het plan van de Commissie ambitieus genoeg om daadwerkelijk de transitie naar een circulaire economie te maken?

A: Ik denk dat er een fundamentele paradigmaverschuiving plaatsvindt, want ons economisch model is sinds heel lang gebaseerd op die lineaire economie. Deze verandering zal bijvoorbeeld gaan over design van producten, het herstellen en hergebruiken van producten en zelfs over een hele andere manier van recyclage. We gaan letterlijk van afvalbeheer naar materialenbeleid. We gaan naar een beleid waarbij je stappen in de hele waardeketen een andere waarde gaat toekennen. Dus ja, het is  een ambitieus, maar ook fundamenteel plan en we gaan veel onderzoek en innovatie nodig hebben om de juiste antwoorden te vinden.

Europa heeft al een uitstekend track record op dit terrein volgens een recente analyse. Dat geldt ook voor Nederland. Op het vlak van de harde, zeg maar engineering kant, heeft Nederland de TU Delft en TNO; aan de meer nature-based solutions en bio-based economie kant heb je spelers de als Wageningen UR. Het zijn echt vaak de Nederlandse academici en onderzoekers, die in Europa maar ook  wereldwijd in de leading role zitten. Je zou dus bijna kunnen zeggen dat het gesneden koek is voor Nederlandse kennisinstellingen om in de Europese onderzoeksnetwerken een belangrijke en leidende rol spelen.

Q: Welke rol ziet u voor de Europese onderzoekgemeenschap met betrekking tot de milieu-uitdagingen waar Europa en de rest van de wereld voor staan?

A: Ons EEA- rapport ‘The European environment — state and outlook 2015’ geeft duidelijk aan voor welke cruciale uitdagingen Europa staat. Het gaat hierbij om twee elementen: klimaatverandering en biodiversiteit. Beide elementen vormen het fundament van onze samenleving. Het is niet voor niks dat het beleidsplan rond milieu- en klimaatbeleid als titel heeft : ‘living well within the limits of the planet’. Ook Horizon 2020 speelt hierop in. Een belangrijk deel van de middelen is gericht op klimaatverandering, maar ook de nature-based solutions zitten in het programma verankerd. Verder is belangrijk dat binnen Horizon 2020 de impact belangrijk is; het gaat om het werken aan echte oplossingen en omzetten van (wetenschappelijke) kennis naar het niveau van innovatie en doorbraak op de markt.

Q: Heeft het onderwijs nog een rol te vervullen in de strijd om een meer duurzame EU?

A: Ik denk dat ook ons onderwijs in zeker zin door een transitie zal gaan. Als we zeggen dat de huidige problemen meer systemisch van aard zijn, denk ik dat jonge mensen moeten worden opgeleid in dat begrip van systeemdenken en dat we veel meer interdisciplinair moeten leren werken. In veel traditionele opleidingsrichtingen staan de uitdagingen van de 21e eeuw nog altijd niet centraal. Een klassiek voorbeeld zijn de economieopleidingen in Europa. In de eerste les macro-economie leer je dat er drie productiefactoren zijn, kapitaal, arbeid en natural resources. Vervolgens word je 4 jaar opgeleid in kapitaal en arbeid en kan je alleen in het laatste jaar een keuzevakje nemen over de milieueconomie. Dat is natuurlijk niet aangepast aan de uitdagingen van de 21e eeuw.

In de 21e eeuw zijn milieu- en klimaatuitdagingen geen keuze meer en ons onderwijs zou daarop moeten zijn aangepast. Ook op dit terrein zie ik kansen voor Nederland. Een aantal kennisinstellingen zijn nu al toonaangevend op deze terreinen. De systeembenadering zit bijvoorbeeld bij de Universiteit van Maastricht al goed ingebakken. Ook in andere universiteiten zoals de VU, Erasmus Universiteit en Wageningen UR is dat sterk ingebed. Het Europese onderwijs moet zich echt meer gaan richten op de uitdagingen van de 21e eeuw en daar kan Nederland een voortrekkersrol spelen.

Q: In de eerste helft van 2016 is Nederland voorzitter van de Raad van de EU. Wat zou u het Nederlandse voorzitterschap nog willen meegeven voor de komende maanden?

A: Het Nederlandse voorzitterschap is het eerste voorzitterschap na de publicatie van de mededeling over circulaire economie en na de top van Parijs. Nederland zou samen met de andere lidstaten goed moeten nadenken over hoe we dit alles gaan omzetten in sterk en fair Europees beleid, dat antwoord biedt op de fundamentele uitdagingen. Een verkeerde aanpak zou zijn om te stellen dat Europa nu gefocust is op andere dingen, dus hier is even geen tijd voor.

Q: In de film An Inconvenient Truth van de Amerikaan All Gore verdween Nederland als eerste onder de zeespiegel in zijn simulatie van de opwarming van de aarde. Kunt u als uitvoerend directeur  van het EEA, de Nederlanders gerust stellen dat zij voorlopig hun ‘voeten droog zullen houden’?

A: Laten we elkaar niet gek maken. De zeespiegel stijgt en hij stijgt sneller dan we tot nu toe dachten. Maar tegelijkertijd zien we dat Nederland een land is dat al eeuwen de strijd tegen het water aangaat en dat jullie voorbereid zijn om met de huidige stijging om te gaan. Een voorspellingen op de zeer lange termijn is iets anders. Ik heb geen glazen bol en ik ben ook niet iemand die klimatologische modellen maakt. Volgens mij hebben jullie in Nederland meer geschikte kennisinstellingen, die een adequaat antwoord op deze vraag kunnen geven.

Meer informatie:
Website: European Environmental Agency
Artikel Neth-ER: Onderzoek en innovatie prominent in Energy Union
Artikel Neth-ER: Commissie kiest voor circulaire economie

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Meer informatie nodig ?

Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Gerelateerde artikelen

Dit zijn de 6 kennisplannen van de Commissie voor 2021 (en nog 143 andere)

De Commissie heeft zes concrete plannen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie voor 2021. Naast wetgeving over micro-credentials, individuele leerrekeningen en staatsteun, zijn dat...

Lees meer

Regeringsleiders: kenniseconomie speerpunt in samenwerking met Afrika

De digitale kenniseconomie is volgens Europese regeringsleiders één van de speerpunten in de Europese samenwerking met Afrika. Dat bleek tijdens de Europese Raad van 15-16 oktober. Ook de Brexit...

Lees meer

Groene Renovatiegolf heeft baat bij onderwijs en onderzoek

De Commissie publiceerde een renovatiegolfstrategie die het belang van nieuwe vaardigheden en innovatie in de bouwsector onderstreept. De bouwsector moet meer vrouwen gaan aantrekken en er moet...

Lees meer

Nieuwe verklaring triovoorzitterschap moet kankeronderzoek in Europa versterken

De triovoorzitters van de Raad van de EU willen kankeronderzoek binnen Europa versterken. Hiertoe hebben Duitsland, Portugal en Slovenië een verklaring ondertekend. Zo willen zij patiënten meer...

Lees meer