Brexit: hoopvolle signalen, maar onzekerheid blijft

7 juni 2018

Het Verenigd Koninkrijk (VK) en de EU onderhandelen nu een jaar over Brexit. De uittreding van het VK uit de EU krijgt steeds meer vorm. Door de overdaad aan nieuws en opinies is het echter lastig te onderscheiden wat de stand van zaken is en wat de werkelijke consequenties zullen zijn voor het kennisveld. Dit editorial biedt een overzicht en een vooruitblik op één van de meest complexe politieke processen van dit moment.

De uittreding

De EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben tot nu toe over een groot aantal onderwerpen consensus bereikt. Deze zijn vastgelegd in het concept uittredingsakkoord. Het conceptakkoord gaat alleen over de uittreding en zegt nog niets over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK. Het belangrijkste resultaat tot nu toe is de status van burgers: zowel EU-burgers die zich in het VK gevestigd hebben en VK-burgers die in een EU-lidstaat verblijven, zullen hun rechten behouden. Een ander belangrijk resultaat betreft de overeenstemming over de financiële afwikkeling en het instellen van een transitieperiode tot eind 2020. Dit betekent onder andere dat het VK nog tot 2020 zal blijven deelnemen aan Horizon 2020 en Erasmus+ onder dezelfde voorwaarden als een lidstaat. De klok tikt echter door: op 29 maart 2019 moet de Brexit een feit zijn. De overeenkomsten in het uittredingsakkoord zullen alleen van toepassing zijn wanneer voor deze datum over alles consensus bereikt wordt: “nothing is agreed until everything is agreed”. Als dit niet het geval is, zal er op 29 maart 2019 een ‘harde’ Brexit plaatsvinden waarin het VK van het ene op het andere moment geen onderdeel meer uitmaakt van de Unie en er geen afspraken zijn gemaakt.

De transitieperiode 

Als de EU en het VK wel overeenstemming bereiken, zal er een transitieperiode ingesteld worden. Wat betekent dit concreet? Het uitgangspunt is dat alles hetzelfde blijft. Tot en met 31 december 2020 zal er een overgangsperiode zijn, waarin het VK weliswaar geen lidstaat meer is, maar het EU-recht wel van toepassing blijft als ware het VK een lidstaat. Dit schept ruimte voor bijvoorbeeld het Britse bedrijfsleven om zich voor te bereiden op de ‘echte’ Brexit. Het VK mag in deze periode niet meer deelnemen aan het Europese besluitvormingsproces in de Raad en het Parlement. Britse vertegenwoordigers zijn daarnaast slechts bij uitzondering op uitnodiging en zonder stemrecht welkom in verschillende werkgroepen en agentschappen. Dit geldt ook voor de kennis- en onderwijsprogramma’s: het VK zal tijdens de transitie wel deelnemen, maar is niet meer welkom in de programmacommissies. Mocht er geen overeenstemming worden bereikt voor 29 maart 2019, dan zal er geen transitieperiode plaatsvinden. In dat scenario is ook deelname van het VK aan Horizon 2020 en Erasmus+ uitgesloten.

Gevoelige kwesties 

Een aantal gevoelige kwesties in de onderhandelingen hebben indirect een grote impact op de Britse participatie aan de kennisprogramma’s. Deelname aan deze programma’s tot en met 2020 staat of valt immers met overeenstemming over alle relevante dossiers. Ondanks dat op veel terreinen inmiddels overeenstemming is bereikt, blijven er een paar moeizame dossiers over, waaronder  de grens met Ierland. Beide partijen willen de open grens tussen Noord-Ierland en Ierland behouden. Dit kan echter alleen wanneer het VK onderdeel blijf uitmaken van de douane-unie: een mogelijkheid die het VK vanaf het begin afgewezen heeft. Binnen het VK heerst er grote verdeeldheid op dit thema. De kwestie is typerend voor de politieke dynamiek in het VK ten opzichte van Brexit: bijna twee jaar na het referendum is er allesbehalve eensgezindheid over Brexit en de toekomstige relatie met de EU.

Ook het nieuwe migratiebeleid zal veel impact hebben voor studenten en wetenschappers. De Europese migratieregels en het vrij verkeer van personen stonden centraal in de campagne van de voorstanders van Brexit, dus te verwachten valt dat ook dit moeizame onderhandelingen zullen worden. Er is nog niks bekend over de inzet van het VK: het White Paper van de regering waarin zij haar ideeën voor het migratiebeleid uiteenzet wordt pas dit najaar gepubliceerd.

Toekomstige relatie: de rode lijnen van het VK

Na de Brexit streeft het VK naar een zo hecht mogelijk partnerschap met de Unie. Wel gelden er enkele rode lijnen: het VK wil geen deel meer uitmaken van de interne markt en de douane-unie en geen jurisdictie van het Europees Hof van Justitie. Deze voorwaarden perken de mogelijkheden voor een hecht partnerschap behoorlijk in. Desalniettemin heeft de Europese Raad op 23 maart richtlijnen gepresenteerd waarin zij een zo ambitieus mogelijk partnerschap binnen deze rode lijnen schetst. De EU is daarnaast bereid haar inzet te herzien als het VK terugkomt op de rode lijnen en een verdergaande vorm van samenwerking wil nastreven. Voor de lidstaten geldt wel als belangrijk uitgangspunt dat het VK niet dezelfde rechten en voordelen mag genieten zonder de verplichtingen van een lidstaat. Ook de ondeelbaarheid van de vier vrijheden is een harde lijn.

Samenwerking op het gebied van onderzoek na 2020 

De Britse regering heeft altijd benadrukt na de Brexit een ambitieus partnerschap voor onderzoek en innovatie na te willen streven: een partnerschap dat verder gaat dan dat van de andere geassocieerde landen met Europa. Het is lang onduidelijk geweest wat het VK precies verstaat onder een dergelijk partnerschap. Inmiddels heeft de Britse regering zich duidelijk uitgesproken voor de mogelijkheid tot volledige deelname als geassocieerd land aan het toekomstige onderzoeksprogramma Horizon Europe. De Britten geven daarbij wel aan dat het VK meer invloed op de vormgeving van het programma moet krijgen dan de huidige geassocieerde landen. Ook is het VK bereid een passende financiële bijdrage te leveren en de bevoegdheid van het Europese Hof van Justitie te respecteren in geval van deelname aan de programma’s. Hoe die invloed vorm zou moeten krijgen of wat het VK ziet als passende financiële bijdrage, wordt nog niet duidelijk gemaakt.

De EU heeft tot op heden niet gereageerd op de ambitie van het VK om meer invloed te hebben dan de huidige associatielanden. In het voorstel voor Horizon Europe, dat op 7 juni door de Commissie gepresenteerd is, staat dat derde landen met een goede staat van dienst op het gebied van wetenschap kunnen deelnemen aan het programma als geassocieerd land. Er moet wel een balans worden nagestreefd tussen de bijdrage aan en de ontvangsten uit het programma en het land krijgt geen beslissingsbevoegdheid. Ook kunnen delen van het programma mogelijk worden uitgesloten van associatie.

De richtlijnen van de Europese Raad zetten in op toekomstige deelname volgens de regels die ook voor andere derde landen gelden. Wel staat de deur nadrukkelijk open voor een ambitieuzere vorm van samenwerking. Het Europees Parlement is hierin wat strenger:  het VK kan wat hen betreft deelnemen aan Horizon Europe volgens de geldende regels voor derde landen, op voorwaarde dat het VK niet meer geld ontvangt uit het programma dan het zelf daaraan bijdraagt. De Commissie lijkt hier met de voorwaarde van een eerlijke balans tussen bijdrage en ontvangst in mee te gaan.

Onderwijs

Op dit moment bestaat er nog geen enkele zekerheid voor Europese studenten die na de transitieperiode in het VK willen studeren. Als hier geen afspraken over worden gemaakt, zullen EU-studenten hetzelfde behandeld worden als studenten uit derde landen: de hoogte van het collegegeld zal stijgen naar het non-EU-tarief en de visumvereisten kunnen worden aangescherpt. Studeren in het VK zal hierdoor een stuk minder aantrekkelijk worden. Veel is afhankelijk van de deal die het VK met de EU zal sluiten en de migratieafspraken die gemaakt zullen worden. Overigens heeft de Schotse regering EU-studenten verzekerd dat zij in het academisch jaar 2019-2020 nog onder dezelfde voorwaarden en tegen hetzelfde tarief kunnen studeren als nationale studenten.

Ook over deelname aan Erasmus heeft de Britse regering zich nog niet expliciet uitgelaten. Onder de huidige regels kunnen derde landen niet zonder meer deelnemen aan Erasmus. Van de Europese kant zijn er positieve ontwikkelingen: in het voorstel van de Commissie voor Erasmus na 2020 zijn de regels voor deelname door derde landen verruimd.

Tijdlijn en vooruitzichten

De Commissie heeft als doelstelling om uiterlijk oktober 2018 overeenstemming te bereiken over zowel het uittredingsakkoord, als een eerste politieke verklaring voor de toekomstige relatie met het VK. Hierna moet deze worden goedgekeurd door het Europees Parlement en natuurlijk door het Britse Lagerhuis zelf.

De onderhandelingen over de toekomstige relatie gaan traag en er wordt weinig vooruitgang geboekt op de nog openstaande kwesties in het uittredingsakkoord. Veel Europese vakministers, waaronder de Nederlandse minister van Buitenlandse zaken Stef Blok, hebben hun zorgen geuit over het halen van de deadline. Op 28 en 29 juni tijdens de Europese Raad moeten er substantiële stappen gezet zijn. De regeringsleiders zullen dan de stand van zaken beoordelen en terugkomen op de resterende vraagstukken met betrekking tot de uittreding en het kader voor de toekomstige relatie.

Conclusie 

De signalen voor een toekomstige Brits-Europese samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie lijken positief, voor onderwijs is er nog veel onduidelijk. Het grillige verloop van de onderhandelingen maakt het nog geen gelopen race. Er kunnen grote vraagtekens gezet worden bij de uitzonderingspositie die het VK tracht te bedingen ten opzichte van andere derde landen in het kader van Horizon Europe. Desalniettemin moet de positie van het VK als wereldleider op het gebied van kennis niet worden uitgevlakt: het is ook zeker in het belang van de EU dat het VK blijft deelnemen aan de programma’s. Het voornemen van de Commissie om deelname voor derde landen te verruimen in Erasmus en Horizon Europe lijkt in dat kader een hoopvol teken.

Tot nu toe hebben de lidstaten zich in de onderhandelingen eensgezind opgesteld. Wanneer het op de details aan komt, zou deze opstelling kunnen veranderen. Ook de politieke situatie in het VK is verre van stabiel. Of er daadwerkelijk een akkoord zal worden bereikt vóór 29 maart 2019, de officiële datum waarop het VK de EU zal verlaten, blijft daarom nog maar de vraag. Michel Barnier heeft de lidstaten dan ook gewaarschuwd nog altijd voorbereid te blijven op het slechtst denkbare scenario.

Door Evelyn Vaalburg en Andrea Bos

Meer informatie
Artikel Neth-ER: Horizon Europe bouwt voort op succes H2020
Artikel Neth-ER: Erasmus na 2020: meer mensen moeten kunnen profiteren van programma
Artikel Neth-ER: VK wil mogelijkheid tot associatie Horizon Europe
Artikel Neth-ER: EC presenteert concept terugtrekkingsakkoord VK
Artikel Neth-ER: VK ten minste tot en met 2020 in Erasmus+ en Horizon 2020
Artikel Neth-ER: Factsheet: Brexit en het kennisveld

Lees meer over: 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Meer informatie nodig ?

Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Gerelateerde artikelen

Brexit: beperkte invloed op erkenning academische kwalificaties

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU zal waarschijnlijk niet leiden tot een verandering in de erkenning van academische EU-diploma’s en studieperioden in het buitenland. Dit blijkt...

Lees meer

Op de agenda: december

Voordat Brussel kan gaan genieten van de feestdagen staan er nog een aantal belangrijke onderwerpen op de agenda. De Brexit-saga duurt voort; zal het Brits Parlement instemmen met het akkoord dat...

Lees meer

Brexit-akkoord: VK tot 2020 in Horizon 2020 en Erasmus+

De Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben overeenstemming bereikt over het terugtrekkingsakkoord van het VK uit de EU. De EU en het VK zijn in het akkoord overeengekomen dat het...

Lees meer

Hoe kunnen universiteiten zich voorbereiden op een Brexit zonder deal?

Universiteiten kunnen zich voorbereiden op een no deal tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU door problemen te identificeren en zelf met partners om de tafel te gaan. Dat adviseert de European...

Lees meer