Brenninkmeijer: "Wat we in de EU missen is leiderschap"

14 juli 2015

Sinds 1 januari 2014 is Alex Brenninkmeijer Nederlands lid van de Europese Rekenkamer, gevestigd in Luxemburg. Brenninkmeijer richt zich in het bijzonder op de onderwerpen onderzoek en innovatie. De voormalig nationale ombudsman laat er geen gras over groeien. De manier waarop er naar uitgaven gekeken wordt, moet drastisch veranderen. Zo zou er meer controle op individuele subsidieprogramma’s moeten komen en zou er een betere toetsing van de effectiviteit van de uitgaven moeten zijn. In een openhartig interview met Neth-ER vertelt Brenninkmeijer over zijn visie op Europese programma's en blikt hij vooruit naar het Nederlands voorzitterschap van de EU.  

U heeft zich meerdere malen kritisch uitgelaten over de huidige gang van zaken in de EU. In een interview in De Volkskrant van 14 april 2015 noemde u de EU een vereniging met 28 onbetrouwbare leden en in de NRC enkele dagen later hekelde u de binnen harkcultuur van de lidstaten en de lage doeltreffendheid van Europese subsidies.
Q: Ziet u de toekomst van de EU eigenlijk nog wel zonnig in?

Mijn natuur is die van een optimist. Een crisis kan ook werken als een catharsis. Inzicht in de aard en ernst van de problemen van de EU en de Euro zijn daarvoor een vereiste. De Europese samenwerking is meer dan noodzakelijk en 28 afzonderlijke valuta’s redden het ook niet in deze tijd van globalisering en ‘hyperbanking’. Het is ergerlijk om te zien hoe weinig Brussel zorgen heeft over de effectiviteit van EU-financiering van Europese projecten. Steeds nieuw beleid maken lijkt politiek verleidelijk, maar de harde waarheid is dat goede uitvoering en verantwoording lastig is en helaas weinig politieke aandacht krijgt. Wat we nu in de EU missen is leiderschap in de zin van ‘staatsmanschap’. De huidige EU suddert weg in middelmatigheid en loopt het risico meegesleurd te worden in de consequenties van complexe situaties die wegens gebrek aan visie en actie eindigen in chaos, zoals bij Griekenland.

U heeft er, zoals hierboven al vermeld, geen doekjes om gewonden door de harkcultuur van de lidstaten te hekelen. Horizon 2020 is één van de weinige Europese subsidie-instrumenten die enkel op basis van excellentie een financiële bijdrage geeft aan projecten en niet via een verdeelsleutel over de lidstaten.
Q: Zou een systeem à la Horizon 2020 breder toegepast moeten worden voor de verdeling van EU middelen of laat ook dit systeem te wensen over?

Het jaarlijks ritueel van ostentatief ‘vullen van de nationale enveloppen’ en vervolgens het redelijk hersenloos uitgeven van dat geld door lidstaten valt aan burgers niet uit te leggen. Uitgangspunt moet zijn zin, noodzaak en excellentie van projecten. Horizon 2020 berust net als FP7 gelukkig niet op het Tacheriaanse penny-wise and pound-foolish ‘We want our money back’. Economische en maatschappelijke vooruitgang is meer en meer gebaseerd op grensoverschrijdende samenwerking (veiligheid, vervoer, milieu, energie en innovatie).

Uitgangspunt bij de besteding van EU middelen moet zijn het stimuleren van die grensoverschrijdende samenwerking . Daarvoor zijn twee kritische succesfactoren: het organiseren van een effectieve bureaucratie en een methode van verantwoording die geen onevenredige lasten oplegt en voldoende rechtszekerheid biedt. Illustratief was de uitkomst van onze expertbijeenkomst als voorbereiding op de komst van het European Institute of Technology. Prima idee en ratio: bij elkaar brengen onderzoekers, wetenschap en midden-en kleinbedrijf. Er wordt veel geld gestoken in EIT – 2,7 miljard over periode 2014-2020. Echter, het is maar de vraag of dit geld effectief besteed wordt gezien de op het eerste oog bureaucratisch management van de onderzoeksprojecten.

Bij een andere bijeenkomst van onderzoekers in de auto-industrie werd het enorm gewaard dat onderzoekers ‘bij elkaar komen’. De EU subsidies spelen een volstrekt ondergeschikte rol; uiteindelijk komen de middelen vooral van de bedrijven of onderzoeksinstituten zelf.

Uit de Landscape Review van 25 november 2014 van de Europese Rekenkamer komt naar voren dat de lidstaten nog 326 miljard euro moeten bijleggen op de Europese begroting. Dit is nodig om te kunnen voldoen aan de op dat moment openstaande betalingsverplichtingen. De begrotingsonderhandelingen voor het jaar 2015 laten zien wat de consequentie hiervan kan zijn op de jaarbegroting. De lidstaten bepleitten eind 2014 een fikse korting op de kennisprogramma’s in de begroting van 2015.
Q: De Europese Commissie is recentelijk met een plan gekomen hoe zij de structurele tekorten wil terugdringen. Zijn de aangedragen oplossingen in uw ogen toereikend of zou er meer moeten gebeuren?
Q: Kunt u een beeld geven van de consequenties voor Nederlandse kennisinstellingen wanneer de lidstaten dit bedrag niet bijleggen of de Commissie haar plannen onvoldoende uitvoert?

Deze 326 miljard vormt het verschil tussen beloofde en uitbetaalde middelen. Dit verschil is het perverse gevolg van politieke compromissen die tegenover het bedrijfsleven en burgers niet vallen uit te leggen.

De Europese begroting zit in de houdgreep: de uitgaven zijn kwalitatief onvoldoende gewaarborgd en leveren slechts beperkte Europese meerwaarde. Aan de andere kant is er een complex systeem van dotaties. Ieder land draagt bij aan de EU begroting maar door de problemen aan de uitgavenkant wil land x, y en z een korting. Er is een ingewikkelde brij van regels en uitzonderingen ontstaan die in alle redelijkheid niet te begrijpen valt. Nederland hoort bij die uitzonderingen.

Hoopvol is dat Mw Georgieva (commissaris voor begroting) de kwaliteit van de uitgaven wil versterken. Wat wordt eigenlijk met al die uitgaven bereikt? Daar is nu nauwelijks zicht op. Dito: we kunnen niet leren van wat goed en wat niet goed gaat. Op 22 september organiseert zij een symposium over performance based budgetting met onder andere Wolfgang Schauble als gast.

Nederland organiseert als EU voorzitter in januari een seminar over EU begroting.

De Europese Rekenkamer heeft zich kritisch uitgelaten over het wetgevend voorstel voor het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). Vooral de voorstellen voor de governance en de controle op de uitgaven waren niet voldoende onderbouwd.
Q: Zijn deze bezwaren weggenomen in het uiteindelijke akkoord dat nu is bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement?

Er is een politiek akkoord in de maak tussen Commissie, Europees Parlement en Raad. Daarin wordt in redelijkheid tegemoet gekomen aan de wens van de Europese Rekenkamer. De wens was om niet alleen de 8 miljard bijdrage uit de Europese Begroting te controleren maar financieel toezicht te realiseren over alle uit het ‘Juncker fonds’ gefinancierde projecten.

Middelen in het kader van het Investeringsfonds zouden voor een belangrijk deel uitgegeven moeten worden aan onderwijs-, onderzoek- en innovatieprojecten volgens het plan. Veel van de kennisinstellingen kunnen of mogen echter geen risicovolle projecten aangaan.
Q: Zijn er wel kansen voor individuele Nederlandse kennisinstellingen binnen EFSI?

Kansen zijn er zeker. Het Juncker fonds kent geen geografische beperkingen, in tegenstelling tot de bestedingen uit de EU begroting. Nederlandse instellingen kunnen daarom met goede voorstellen meedingen voor het volledig beschikbaar bedrag. Daarbij gaat het wel om via de EIB uitgezette projecten die in de filosofie van de EIB ‘bankable’ zijn. De vraag is of dit ‘bankmodel’ voldoende aansluit bij de werkwijze van de Nederlandse kennisinstellingen.

Tijdens het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van 2016 zal een begin worden gemaakt met de herziening van het Meerjarig Financieel Kader 2014-2020. Volgens sommigen een wassen neus, volgens anderen een kans.
Q: Wat zou er in uw optiek aan de orde moeten komen bij deze herziening?
Q: Zullen de Nederlandse kennisinstellingen iets van een dergelijke herziening gaan merken?

Wens – ook in Nederland – is om de Europese begroting te hervormen. Echter, dit soort hervormingen zijn politiek gezien moeilijk. Zie de Griekse casus en het gedoe rond Griekenland heeft primair een negatieve weerslag. In Nederland zijn hervormingen – denk aan belastinghervorming – overigens ook niet makkelijk.

Vraagstelling moet zijn: hoe krijg je beweging in een Europese begroting die in de houdgreep van de nationale envelop en het binnen harken van geld door lidstaten ligt? Dus aandacht voor het proces: waar liggen de hobbels en waarom zijn die zo moeilijk te overbruggen. Bijvoorbeeld: waarom willen bepaalde landen een korting? En waar liggen de interesses? Eigenlijk hebben we het dan over het proces van moeilijke gesprekken om de nationale of institutionele interesses te overbruggen. Hoe kunnen de spelers hun nationale petten afzetten? En hebben zij daarbij een input van buiten nodig?

Ik zou voorstander zijn van het kiezen van drie of vier van de meest succesvolle EU financieringsstructuren en bestuderen wat de kritische succesfactoren zijn. Die factoren kunnen als input voor een beter begrotingssysteem gebruikt worden.

Er doemt een paradox op: een hervorming van de Europese begroting is een gouden kans voor Europese kennisinstellingen. Wellicht komen er dan meer middelen vrij voor het effectief stimuleren van onderzoek en ontwikkeling. Echter, het is niet alleen het geld wat een rol speelt bij het ontwikkelen van een innovatieve samenleving. De kernvraag is dus het opsporen van die andere factoren en het verder ondersteunen en uitbouwen van die factoren.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Meer informatie nodig ?

Stel uw vraag aan één van onze medewerkers

Gerelateerde artikelen

Dit zijn de 6 kennisplannen van de Commissie voor 2021 (en nog 143 andere)

De Commissie heeft zes concrete plannen op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie voor 2021. Naast wetgeving over micro-credentials, individuele leerrekeningen en staatsteun, zijn dat...

Lees meer

Webinar – Digitalisation of student mobility: gaining international competences in times of corona through virtual and blended mobility

Join us on 27 October for a discussion on gaining international competences through virtual and blended student mobility. During this webinar, we will explore the role digitalisation can play to...

Lees meer

Regeringsleiders: kenniseconomie speerpunt in samenwerking met Afrika

De digitale kenniseconomie is volgens Europese regeringsleiders één van de speerpunten in de Europese samenwerking met Afrika. Dat bleek tijdens de Europese Raad van 15-16 oktober. Ook de Brexit...

Lees meer

Europese jongeren geven aanbevelingen voor Interreg

Jongeren in Europa vragen om ondersteuning vanuit Interreg voor gelijke kansen in het aanleren van nieuwe vaardigheden en gelijke toegang tot beroepsonderwijs. Respondenten willen meer...

Lees meer